De pastorale zorg van de parochie



1) Het parochieteam 

In het verslag van de parochieraad van 14 oktober 1981 lezen we dat de mogelijkheid tot oprichting van een parochieteam besproken wordt. Personen konden worden voorgedragen.  In het verslag van de parochieraad van 5 december 1981 lezen we dat in een geheime stemming zuster Lucretia, Lut Nevejans en Albert Doom verkozen worden om samen met de priesteréquipe het parochieteam te vormen. Deze personen werden aan de Heer Deken De Wilde voorgedragen. Zij mochten hun proefperiode beginnen. Op januari 1982 komt het parochieteam voor de eerste maal samen: Pater Achiel, Pater Boni, Albert Doom, Pater Luc, Zuster Lucretia en Lut Stubbe. Op 23 februari 1982 wordt Pater Luc Hessel verkozen tot algemeen overste van de Vlaamse Kapucijnen. Op 11 maart 1982 benoemt de bisschop Pater Boni als opvolger van Pater Luc. Op 12 april 1982, tweede Paasdag, wordt hij door de Heer Deken aangesteld. Aanvankelijk bleef pater Luc in het parochieteam. Zijn talrijke activiteiten maakten het hem onmogelijk. Op 1 augustus 1982 verlaat Pater Achiel De Pauw Ieper met bestemming Leuven. Pater Jean-Marie Desmet komt op 2 augustus 1982 toe. Hij volgt Pater Achiel op. Op 21 mei 1983 wordt het parochieteam officieel aangesteld.   

(Bovenstaande alinea werd integraal overgenomen uit het Jubileumnummer “Vrede en Alle Goeds” van september 1983)

 

In princiep komt het parochieteam om de veertien dagen samen om het beleid van de parochie uit te tekenen, eventueel bij te sturen en lijnen uit te zetten.
Eind augustus 1985 verlaat zuster Lucretia het team.
Op 1 november 1985 wordt het parochieteam versterkt met twee nieuwe leden: Guido Dejonghe en Martine Deroo.

Aanstelling van 28 oktober 1986:

Pater Boni Van Looveren, pastoor, pater Frans Celis, medepastoor (van oktober 1986 tot eind augustus 1988), Guido Dejonghe, Martine Deroo, Albert Doom en Lut Stubbe. 

Op 7 juli 1988 wordt pater Paul Segers tot medepastoor benoemd en in september aan het team toegevoegd. Lut Stubbe en Martine Deroo verlaten om familiale redenen het team.

Op 20 september 1988 beginnen Christiane Bogaert en Annie Cailliau hun stagejaar.

In de junimaand van 1989 meldde Albert Doom dat hij na zovele jaren parochieteamlid ontslagnemend is.
Hij zal worden vervangen door Ghislain Lacante.

Op 13 januari 1990 werd door E.H. Deken Willy Leroy het team als volgt samengesteld: Pastoor pater Boni Van Looveren, medepastoor pater Paul Segers, Annie Cailliau, Guido Dejonghe, Ghislain Lacante.

Op 9 februari 1990 verlaat pater Paul onze parochie. Op 17 maart 1990 begint Monique Vanhaverbeke haar stagejaar en zal op 25 januari 1992 door E.H. Deken Willy Leroy officieel worden aangesteld.

 
In januari 1994 loopt het mandaat van Guido Dejonghe als teamlid af. Hij heeft 2 termijnen van vier jaar vervuld en dat is het maximum toegelaten aantal.
Om familiale omstandigheden stopt ook Annie Cailliau in 1994.

Twee nieuwe kandidaten melden zich aan:
- Roos Depuydt (echtgenote van Geert Moerman) en Bart Lefever (echtgenoot van Katrien Demuijnck)
Bij de aanstelling op zaterdag 8 januari 1994 telt het parochieteam volgende leden:
Pater Boni Van Looveren, Monique Vanhaverbeke, Roos Depuydt, Bart Lefever en Ghislain Lacante.

 Op 1 januari 1998 heeft Ghislain Lacante er eveneens twee termijnen van 4 jaar op zitten en verlaat dus het team.
In afspraak met de deken, E.H. Jaak Houwen, stelt het parochieteam Rudi Vervisch voor als kandidaat-teamlid. De vicaris, E.H. Noël Vangansbeke, heeft de aanvraag bevestigd op 30 november 1997. Rudi is dan zijn stagejaar als teamlid begonnen.

Op 16 januari 1999 werd Rudi door de deken aangesteld.
In het jaar 2000 meldden zich twee nieuwe kandidaat teamleden aan: Emelda Debouvere en An Gisquière.
Op 9 juni 2001 stelde deken E.H. Jaak Houwen Emelda Debouvere en Ann Gisquière aan tot teamlid.

Op 4 oktober 2003 werd Rudi Neyt door deken E.H. Jaak Houwen aangesteld tot teamlid.

 Op zaterdag 23 september 2006 werden Marc Wolters en Rolande Uzeel door de Heer Deken Jaak Houwen aangesteld tot teamleden.

In januari 2008 is het team inmiddels samengesteld door volgende leden: Pater Boni, Emelda Debouvere, Marc Wolters, Rolande Uzeel en Anne De Clerck in stage.

 2) De Parochieraad

 Vanaf de beginjaren ’70, ontstond in ons bisdom een verlangen om de pastoraal op een parochie meer en meer een kans te geven waarbij zowel de pastores als de leken samen de parochie zouden opbouwen.

De diocesane werkgroep voor de pastoraal vond zijn stek in het Centrum “Licht en Ruimte” in Roeselare Van daaruit werden parochies ondersteund en aangespoord om meer en meer een nieuwe koers te varen. Daartoe werden TPO’s georganiseerd. T.P.O. staat voor: Training Parochie Opbouw. Enkele leken uit onze parochie schreven zich in voor een dergelijke cursus. Daar leerden zij om op de parochie met pastorale werkgroepen te werken. Terug op het thuisfront maakten zij de bemerking dat dit op onze parochie best ook mogelijk is. De pastoor, pater Jan Scheerlinck, werd opgezocht om onze bevindingen en wensen voor te leggen. We kregen groen licht om een parochieraad te starten. Bijna gelijktijdig besprak de bestuursvergadering van de KWB op een zondagvoormiddag in het Ridderzaaltje, (in de oude Familiekring), de situatie op de parochie. Samen met de wijkmeesters kwamen zij tot het besluit dat een parochieraad wenselijk zou zijn. De eerste parochieraad-verantwoordelijken kwamen dan ook uit de hoek van KWB en KAV.

Ghislain Lacante, toenmalige secretaris van de KWB, kreeg – na toestemming van de pastoor – de opdracht een brief te schrijven aan de parochiegemeenschap om doelstellingen uit te leggen en om kandidaat-leden voor de raad te ronselen.

Volgende doelstellingen werden geformuleerd:

Als leden van de parochieraad zoekt men naar een groep van mensen die de parochie willen dragen. Zij buigen zich over de grote pastorale beleidslijnen van de parochie. Het wordt een consulteren, een bestuderen, een spoor trekken. Als eindpunt van dit denkproces wil men komen tot een advies. De parochieraad moet zich dan terugvinden in het beleid van de parochie. Later, toen er een parochieteam werd opgericht, werden de adviezen van de parochieraad aan dit team overgebracht. De teamleden zijn automatisch ook lid van de parochieraad.

 

Hierbij een authentiek exemplaar van deze brief:

De brief wordt voor de KWB ondertekend door Ghislain Lacante en voor de KAV door Maria Verstraete-Constandt.

Wij lezen in deze oproep: “Reeds enige tijd had onze parochiegemeenschap het inzicht een parochieraad op te richten. We dachten dat tal van parochiële problemen gezamenlijk konden opgelost worden en dat veel activiteiten in samenspraak met elkaar tot betere resultaten zouden leiden. Daarom achten wij het belangrijk dat zoveel mogelijk groeperingen uit onze parochie een afgevaardigde naar die raad zouden zenden.

 De parochieraad kwam er. Na een eerste contactvergadering op 27 februari 1976 volgt de eerste effectieve werkvergadering van de parochieraad op 26 maart 1976.
Het is onmogelijk een volledig overzicht te geven van de parochieraden uit de periode maart 1976 tot juli 1979. Toch een greep uit de activiteiten om de gevoeligheid van toen even te laten aanvoelen.
- De persoonlijke en gemeenschappelijke bezinning krijgen een grote plaats.
- De hoofdbekommernis van de eerste parochieraden spitsen zich toe op de verzorging van de zondagsmis met daarbij een speciale zorg voor de volkszang.
   Daartoe wordt een  parochiaal zangkoor opgericht (o.l.v. Mevr. Anne Debruyne-Duthoy en Mevr. Dejaegher-Sansen)



 

Hiernaast een foto van het parochiale zangkoor
in hun stichtingsjaar.


Later wer het Sint-Franciscsjongerenkoor opgericht.
We verwijzen hiervoor graag voor meer info naar hun eigen website.

www.everyoneweb.com/SFJK

- Het behartigen van de Meimaand, Mariamaand.
- Het ter harte nemen van eerste communieviering en biechtvieringen
 - De vormselcatechese krijgt een nieuw elan. De klassieke lering wordt vervangen door catechese bij gezinnen. De leiding ligt bij Ghislain Lacante.

  Nieuwe gezinnen worden verwelkomd met een onthaalkaart. (Voorloper van de latere onthaalbrochure).
- De werkgroep Welzijnszorg, o.l.v. de zusters Lucretia en Marie-Louise, staat in voor de eerste vorm van ziekenzorg.
- De raadsleden nemen deel aan de oriëntatiefeesten en aan TPO (Training – Parochie-Opbouw).
- Een eerste vorm van jeugdpastoraal wordt gelanceerd.

 In de verslagen van al deze parochieraden vinden we drie grondhoudingen terug:
1)   De openheid waarmee men elkaar kon benaderen.
          Positieve kritiek was mogelijk. Men evalueerde: “Niet goed, is niet goed” en onder het mom van “Het kan steeds beter” werden anomalieën dus meteen afgevoerd.

 
2)   Uit het contact met de bredere gemeenschap, o.a. de diocesane dienst voor de parochiepastoraal, groeiden er nieuwe initiatieven. Men sloot zich niet op.

      3)   De inwendige levenskracht deed het zaadje uitgroeien tot een plant. De open sfeer, de luisterbereidheid, de samenwerking bracht nieuwe plannen ten uitvoer.

 

Op de eerste dagorde van toen lezen we:

- Formuleren van de doelstellingen van de parochieraad.
- Samenstelling en uitbouw van de raad.
- Opluisteren van de zondagsmis.

           - Deelname van de jongeren.
           - Verzorging van teksten en gezangen.

- De eucharistieviering bij het Mariabeeld op 30 april, opening van de meimaand.
- Varia.
 

Reeds van bij het begin zocht men naar inbreng van de jongeren op de parochie.
Maar er ging ook veel aandacht naar de liturgische vieringen en het sacramentele leven in het algemeen.
Om de zang tijdens de eucharistie te bevorderen werd een parochiaal zangkoor opgericht. Mevr. An Debruyne-Duthoy kreeg de dirigeerstok toegewezen en samen met 
Mevr. Dejaeghere-Sansen zocht zij naar gepaste partituren om hoogmisvieringen een bijzonder cachet te geven. Het koor groeide al vlug uit tot een heuse groep en het duurde niet lang of een bestuursploeg o.l.v. voorzitter Frans Gythiel zorgde voor een prima werking. Het koor zong om de twee weken tijdens de hoogmis waarbij telkens vier liederen uit “Zingt Jubilate” de basis vormden. Op de zondagen dat het koor niet zong mengden de koorleden zich onder de aanwezigen, daarbij geholpen door een volksdirigent (tot “zwaaier” omgedoopt), om het zingen op gang te helpen.

 Volledigheidshalve vermelden we hier dat voorheen reeds een gregoriaans koor bestond onder leiding van Jules Devos en later door Marcel Dever.

 Van 1976 tot 1979 kende de parochieraad een groeiperiode van zoeken en bemiddelen tussen pastoor en parochiepastoraal. Alle begin is moeilijk. Maar toen eenmaal de goede werking voor elkaar was, konden we in de nieuwe onthaalbrochure van 1979 de volgende tekst afdrukken: De parochieraad is het voornaamste overleg- en coördinatieorgaan van het ganse parochiegebeuren, van alles wat met ons samen-bestaan als christenen in deze gemeenschap te maken heeft.

De parochieraad coördineert en stimuleert de zelfstandige werking van de verschillende werkgroepen en parochiaal gerichte verenigingen. Zij kan ook voorstellen doen aan de werkgroepen of zelf initiatieven nemen waar dit nodig zou zijn.

De raad is samengesteld uit:

-  De priesteréquipe
- Twee afgevaardigden uit iedere parochiale werkgroep (onthaal, welzijnszorg, catechese, liturgie, culturele animatie)
- Twee afgevaardigden uit iedere strikt parochiaal gerichte organisatie (K.B.G., K.A.V., K.W.B., Chiro)
- Het feestcomité, het oudercomité, de bibliotheek, het kinderwelzijn, de volksdansgroep Hendrikje, kunnen, indien zij dat wensen, ook één of twee vaste afgevaardigden aanduiden.
- In overleg met de parochieraad zelf kunnen ook nog afzonderlijke personen aangezocht worden om deel uit te maken van de parochieraad,
   en dit omwille van een of andere bijzondere inzet, verdienste of bekwaamheid.

 Langzaam profileert de parochieraad zich met de drie doelstellingen van een parochie:

    a) Zorg voor de verkondiging
    b) Zorg voor gebed en liturgie
    c) Zorg voor het dienstbetoon

Daartoe werden vanuit de parochieraad een aantal werkgroepen opgericht die elk een deelaspect van de pastoraal op de parochie extra aandacht en zorg willen geven.

a) Zorg voor de caritas


- Werkgroep liturgie en later ook een tijdje de werkgroep voor kinderliturgie

De werkgroep streeft naar liturgische vieringen die uitnodigen tot gebed en waarvan je kan leven. Deze inspanning wordt ook doorgetrokken naar jongeren en de kinderen van de plaatselijke basisschool via vieringen op hun niveau, maar samen gedragen door het gezin. (Instapvieringen voor de eerste communie, kruisjesoplegging, bezinnings-momenten voor vormelingen, klasvieringen, themavieringen, en zo meer.)
Het parochiale zangkoor, het Sint-Franciscusjongerenkoor, de lectorengroep, de zangbegeleiders… brengen hiervoor een niet te onderschatten specifieke inbreng.
De bekommernis voor een goed verzorgde liturgie op onze parochie stond steeds hoog in het vaandel. Getuige de vele initiatieven die er altijd geweest zijn. Vermelden we bij wijze van voorbeeld het Gregoriaans zangkoor dat o.m. onder de leiding heeft gestaan van Marcel Dever en destijds de hoogmis een bijzondere gebedssfeer bijbracht.
Zoals je hoger kunt lezen werd het koor reeds in 1976, samen met de pas opgerichte parochieraad, reeds in het leven geroepen. De namen van de pioniers zijn reeds vermeld met als eerste voorzitter: de Heer Frans Gythiel.
In het jaar 1991 maakte de kerkfabriek het mogelijk dat onze kerk kon beschikken over een nieuw pijporgel. Onze organist en componist Ludo Geloen, maakt hier dankbaar gebruik van om de liturgie de nodige gebedssfeer te geven.
Pater Kenny richtte Sint-Franciscusjongerenkoor op om de vieringen via aangepaste instrumentaria en gezang, een extra liturgische dimensie te bezorgen. De huidige koorleider is Stijn Decramer. 

Het Mariacomité

Onze parochie is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Middelares. Door haar activiteiten, vooral tijdens de meimaand, wil deze werkgroep helpen de gezonde genegenheid voor Maria te begeleiden en te doen groeien.
Pionier van het comité: Lieve Gythiel-Delbaere en tot op vandaag opgevolgd door Monique Vanhaverbeke-Durnez.


b) Zorg voor de verkondiging

- Diverse catechetische werkgroepen staan hier voor in.
- Ooit was er een werkgroep rond doopcatechese.
- Eerste communiecatechese, in samenwerking met school en gezin.
- Vormselcatechese in gezinnen.
- Verloofdenwerking.
- Volwassenencatechese (“Wordt vervolgd” en “Leerhuis van het geloof”) 

 Jongerenwerking

Hierbij is een aanvulling toch op zijn plaats: De jongerenwerking lag reeds vanaf de eerste werkvergaderingen de parochieraad nauw aan het hart. De parochie was destijds een zeer jonge parochie, en onze jongeren mochten we niet in de steek laten. Pater Boni startte daarom in 1986 een jongerenwerking op voor pubers onder de naam “Lente ‘86”. Deze groep groeide jaar na jaar uit en kende een hoge bloei. De jongeren konden deelnemen aan bezinningsmomenten, liturgie, uitstapjes, herderstochten, inleefdagen, enz.
Later werd hij opgevolgd door pater Kenny. Het afscheid van pater Kenny mocht geen reden zijn om dit prachtwerk te beëindigen. Daarom nam pater Boni de fakkel weer over maar wordt hierbij flink geholpen door de oudsten uit de groep.               

Uit chaos de geboorte van het leven

 Als je het links van de kerk ziet staan dan roept dit bergachtig beeldengroepje wel echt vragen op. Wat mag daar de inhoud van zijn? Wat stelt dit voor? Het zijn dezelfde vragen die een mens zich stelt als hij of zij zich door de chaos van het leven een weg moet banen. vooral in het leven van jonge mensen is dit het geval.
Binnen het leven van de jongerengemeenschap van onze parochie kwam die vraag meermaals naar voor in een gesprek dat de begeleiders met hun jongeren voerden. Waar moeten we met ons leven naartoe; welke kansen krijgen we?  
Omdat de IJD (Interdiocesane Jeugddienst) haar aangesloten groepen aanmoedigde om een project uit te werken met de eigen jongeren, dit open te trekken naar anderen en zo heel breed aan de eigen visie te werken, kozen wij voor: "Kunst en spiritualiteit" en met een select groepje 16 jarigen, ikzelf als priester en Marc Maes als kunstenaar gingen we denken.
De bergachtige beeldengroep is het resultaat van dit denkproces maar ook het middelpunt en verbeelding van een heel aantal activiteiten. Wat zie je? Je ziet een aantal bergflanken, ze zijn redelijke stijl. Het is de verbeelding van de chaos, zoals jonge mensen van vandaag deze dikwijls meemaken. Vaak slaan idealistische dromen stuk op de realiteit van het leven. Vriendschaps- en liefdesrelaties slaan wel eens tegen. En dan al die opdrachten die jongeren vaak dienen te verwerken, de prestatiedruk die op hen afkomt, de grote onduidelijkheid die zich heel duidelijk laat voelen. voor jonge mensen lijkt dit een echte berg. En het is moeilijk om erover te geraken. Maar toch lukt dit. Ieder doet dit op zijn eigen manier. Met geloof dat diep in zichzelf sluimert en hoop in een leven achter de horizon vat de jongere deze klimpartij aan. De figuren zien er daarom allemaal anders uit. De één heeft een drinkfles vast, de andere moet af en toe gaan zitten. Iemand anders klautert als een kat naar boven en kan als eerste juichen. Juichen? Waarom dan wel? Hij of zij mag juichen omdat zijn of haar geloof redding heeft gebracht. Hij of zij ziet terug levenslicht doorheen die donkere chaos. Of nog beter: het is misschien dankzij die chaotische realiteit die hij/zij doorworsteld heeft, dat het leven nu veel helderder toont. Er wordt iets geboren diep in die jonge mensen. Vandaar dat keramieken ei bovenop de berg. Het ei symboliseert het leven. Het is de geboortekracht van het leven dat afgebeeld wordt.

 Dit werk is geen negatie of een doodbemoederen van jongeren die alles zwart zien of veel als "zwaar" aanvoelen. Het is eerder een motivatie om het daar niet bij te laten. Ons geloof in de verrezen Heer, in de Opgestane God-Mens, doet ons verder kijken dan hetgeen wij er maar van zien. Wie gelooft, zal vroeg of laat mogen juichen dat hij het gehaald heeft. Het is ook de ervaring van deze beeldende jonge mensen, dat ze dan terugkijkend op wat achter hen ligt, ergens een vreugde ervaren. Want, het is dankzij die chaos dat ze het leven zo weten te waarderen. Dit werk wil dan ook zeggen: door midden in de chaos te gaan staan, en dit goed te beseffen, alleen zo kan je rustig een weg banen naar plaats waar er leven zal zijn, en wel in overvloed.

Dit werk is daar een getuigenis van.   (Tekst van Pater Kenny)

c) De zorg voor de caritias, het dienstbetoon in navolging van Jezus Christus

 Werkroep Welzijnszorg en daaruit later werkgroep ziekenzorg.

Deze werkgroep is ooit ontstaan uit het persoonlijke initiatief van Zuster Lucretia en Zuster Marie-Louise, Zusters van ’t Geloof, die vele jaren voor de klas hebben gestaan.
Zij zorgden voor een dienstverlening in nood:
- zorgen voor het vervoer van een zieke of bejaarde (doktersbezoek, boodschappen, zondagsmis)
- Zelf boodschappen doen voor mensen die niet wegkunnen.
- Ziekenbezoek aan gehospitaliseerden
- Het bijstaan van stervenden
- Huisbezoek bij vereenzaamde mensen
 en zo meer.
We zijn trots dat onze parochie, dank zij deze twee kranige zusters, die voortrekkers mochten zijn voor anderen.
Intussen is deze werkgroep a.h.w. overgenomen door diverse andere werkgroepen en hulpverleningen allerhande.
Nadat de Zusters van het Geloof, die de Werkgroep Welzijnszorg levendig hielden, de parochie hadden verlaten ontstond er een leemte. Die leemte werd opgevuld door de Werkgroep CM-Ziekenzorg.

 Voor 1987 werden de zieken op onze parochie dus regelmatig bezocht door twee op rust gestelde zusters van de Mariaschool.  Maar toen zij voor goed de parochie hadden verlaten vond meester Albert Doom dat het tijd was om stelselmatig aan ziekenzorg te doen.
Hij nam het initiatief, was dus de stichter en de eerste voorzitter van deze ziekenzorgkern.

 En verder...

Gaandeweg kwamen er nieuwe bestuursleden bij die ieder op hun eigen wijze hun sporen hebben verdiend. Toen meester Doom - om gezondheidsredenen - zijn ontslag aanbood stond mevrouw Jeannette Kestier gelukkig klaar om de fakkel over te nemen. En ze heeft dat jarenlang met verve gedaan. Onlangs werd Luc Coutigny de derde voorzitter met Marcel Vanhoudt als medevoorzitter. Zij leiden de afdeling in goede banen ten bate van de 160 leden van CM-ziekenzorg O.L.V.
De doelstelling van deze werkgroep is de zieken en hoogbejaarden van de parochie, te bezoeken en medeleven te betuigen. De bezoeken worden gebracht ten huize, in het hospitaal, de kliniek, of in de bejaardentehuizen.
Om dit goed te kunnen behartigen zijn er vormingsnamiddagen.
De werkgroep organiseert namiddagen waarop de zieken en hoogbejaarden worden samengebracht om eucharistie te vieren en te genieten van ontspanning en een gezellig samenzijn. In de namiddag van de veertigdagentijd wordt het ziekensacrament toegediend aan hen die het verlangen.
Naar aanleiding van de Nationale Ziekendag wordt er een activiteit op het getouw gezet die het samenbrengen van zieken en valide parochianen tot doel heeft.
Minimaal eenmaal per jaar wordt er een namiddagritje per autocar gepland.
Rond Kerstmis-Nieuwjaar wordt elke langdurige zieke of hoogbejaarde met een geschenk bedacht.
De drijfveer voor ziekenzorg is de liefde voor de lijdende of vereenzaamde mens.

 

Werkgroep onthaal:

Deze werkgroep stelt zich tot onmiddellijk doel de nieuwe mensen op de parochie te verwelkomen en hen, aan de hand van een onthaalbrochure, wegwijs te maken in de verschillende mogelijkheden die het leven op onze parochie biedt. Een andere doelstelling is dat de leden van de werkgroep binnen de grenzen van hun mogelijkheden, een meer bewuste zorg en aandacht zouden opbrengen voor hetgeen in hun straat of wijk gebeurt. Zo wordt van hen verwacht dat zij namens de parochiegemeenschap het contactblaadje "Vrede en alle Goeds", ter gelegenheid van Kerstmis en Pasen, bij alle inwoners aan huis zouden afgeven. In de beginperiode bracht men “Vrede alle Goeds” tot drie maal toe per jaar. Tevens brengen ze een bezoekje bij droevige of blijde gebeurtenissen en leven mee in de vreugde en het verdriet van hun medemensen.
Deze werkgroep wordt vanaf het begin in 1980 tot op heden geleid door Guido Dejonghe.

 Werkgroep Broederlijk Delen

Een grote groep vrijwilligers onder de leiding van Walther Vandenbriele willen zich jaarlijks solidair inzetten voor onze medemensen in het zuiden.
Broederlijk delen bestaat sinds 1961, en streeft ernaar méér te zijn dan een actie voor
fondsenwerving in de vastentijd. Geldelijke steun aan projecten blijft broodnodig om onze zusters en broeders in de Derde Wereld de ruimte te bieden om aan hun eigen toekomst te bouwen. Maar een Christelijke solidariteit gaat verder dan de 40-dagentijd en dieper dan een louter financiële bijdrage. Het broederlijk delen van macht, kennis en bezit zou het jaar rond onze bekommernis en keuze moeten worden: een levenshouding.
In de veertigdagentijd wil de werkgroep "Broederlijk delen" dit benadrukken.

“Tweeduizend jaar christendom: Jezus Christus, de Levensboom.”

Het jaar 2000 wilden we zoals op alle parochies van ons bisdom waardig vieren. Mgr. Larridon deed het voorstel om in elke parochie een blijvende herinnering aan dit jaar te verwezenlijken. Bij ons werd het de Levensboom. Dit jaar zou een jaar worden van bezinning en verdieping. Een jaar waarin we in een zichtbaar teken telkens zouden herinnerd worden aan ons engagement tot verdieping en bezinning.
Hoe groeide het? Eén en ander werd uitgepraat in de parochieraad en in het parochieteam.
Er werd gekozen voor een beeldengroep. Tweeduizend jaar christendom verwijst uiteraard naar Jezus Christus. Maar tweeduizend jaar christendom krijgt handen en voeten in allen voor wie Jezus Christus is gekomen. De levende en bevrijdende boodschap van Jezus leeft verder in mensen. Daarom moeten er ook mensen met een bijzonder charisma en evangelische uitstralingskracht rond Jezus staan, duidelijk en goed herkenbaar, met name genoemd. Ook deze keuze was niet zo eenvoudig. Aan de Moeder van Jezus kan men niet voorbijgaan. Gezien de goede samenwerking tussen de christelijke kerken in Ieper krijgt de orthodoxe kerk in de apostel Andreas een knipoog van gemoedelijkheid en de protestantse kerk in het beeld van Luther een teken van verzoening in dit Heilig Jaar.

In Sint-Elooi brengen we hulde aan al die mensen die in onze streken het geloof hebben verkondigd.

In het beeld “Mensen onder weg” voelen we ons verbonden met die miljarden mensen die in de loop van tweeduizend jaar Christendom zich hebben laten grijpen door de liefde van Jezus. Mensen die elk op hun eigen wijze geënt op de Levensboom vrucht van die verbondenheid zijn geweest en zullen blijven.

Als Kapucijnen hebben we een plaats gegund aan Pater Pio. Deze grote volksheilige spreekt niet alleen tot de mensen in zijn buitengewone gaven maar vooral omdat hij een man van gebed was. Hij die in het vieren van de eucharistie en het toedienen van het sacrament van de biecht een voorbeeld was. Hij die zieken en armen op een bijzondere wijze lief had.

Godelieve van Gistel werd gekozen omdat ze een vrouw was en een heilige van de streek. Haar trouw in een wereld waar soms trouw zover zoek is vervult ze zeker een verkondigende plaats bij de Levensboom.

Moeder Teresa, in haar tengere, kleine en broze lichamelijkheid, is zij teken geworden van een buitengewone geestelijke kracht in haar zorg voor stervenden en marginalen.

Pater Damiaan was niet alleen in zijn gekwetst lichaam een broeder en een gelijke van de melaatsen maar ook diep in zijn hart voelde hij zich soms als een uitgestotene. Terecht mocht hij zeggen: “Wij,  melaatsen.”

Als volgelingen van Franciscus van Assisi maar ook om hulde te brengen aal alle broeders en zusters die in de geest van Franciscus in de loop van de eeuwen hier in Ieper geleefd en gewerkt hebben kreeg Franciscus ook zijn plaats. In hem groeten we die Gods verbonden man, die uitriep: “Mijn God en mijn al”. In het ontvangen van de kruiswonden zien wij Jezus ons Franciscus geven als die man die op Hem geleek ten diepste. Hij die als minnezanger Gods grootheid bezong in het lied der schepselen. Hij broeder van alle mensen.

 Maar nu moest de droom nog uitgevoerd worden. Waar zou de beeldengroep er komen? Hoe zouden de beelden eruit zien? Hoe moest Jezus afgebeeld worden? Jezus werd gebracht als een Levensboom. De evangelietekst van Johannes over de wijnstok werd de centrale gedachte. Mensen werden gezien als ranken geënt op de Levensboom.

En de ontwerper? Dit werd niemand minder dan Marc Maes, kunstenaar op onze parochie. Als basis gebruikte hij een Friese terp. In Friesland behoedt de terp of kleine heuvel tegen het wassende water. Het is als een rots in de branding of “rots waarop Ik mijn Kerk bouw.” Voor de terp werd gekozen voor Balegemse steen.

Centraal staat de Levensboom die de verticale link tussen zijn aardse wortels en de bovenaardse takken verduidelijkt.
De boom is vervaardigd uit brons (80 % rood koper en 20 % tin). De beelden werden uit keramiek vervaardigd.
De berg is de ontmoetingsplaats tussen hemel en aarde. De palmen als een teken van vrede. Het pad rond het monument staat als symbool voor de weg die we gaan door het leven.

 
Zaterdag 11 november 2000, was voor onze parochie een hoogdag. Het monument 2000 kende zijn voltooiing. De vicaris-provinciaal van de minderbroeders Kapucijnen, Hugo Gerard, onthulde en zegende het beeld van Franciscus van Assisi. De bisschoppelijke vicaris, E.H. Noël Vangansbeke, schonk ons het monument als zending en opdracht, als gave en opgave.