Deel 3:    Nieuwe parochie

NIEUWE PAROCHIE

 1958 een belangrijk jaar voor de wijk ‘bachten de statie’
Volgens een oud gebruik komt de E.H. Cools, pastoor van de Sint-Niklaasparochie, een nieuwjaar wensen aan zijn parochianen van de Kruisstraat, de buitenwijk van de parochie.
Het verhaal begint reeds twee jaar eerder.
Begin 1956 laat Mgr. Verhamme weten dat het bisdom zo een beetje verwonderd is dat de Kapucijnen niet méér ondernemen in het parochiewerk en dat daar best mee zou begonnen worden. Het bisdom had reeds in 1956 dergelijke opmerking gemaakt. Mgr. De Smedt richt zich in oktober ’56 tot de provinciaal met het schriftelijke voorstel de zielzorg van de parochianen uit de Sint-Niklaasparochie die over de oude vaart wonen gerechtelijk aan de paters Kapucijnen toe te vertrouwen. Vermits zij reeds lang bewezen hebben daar heel wat verdienstelijk werk te verrichten en heel wat apostolaat uit te oefenen, zou dit toch mogelijk moeten zijn. In die brief is al sprake om dit als kapelanie van Sint-Niklaas of als kerkelijke en burgerlijke zelfstandige parochie te laten gebeuren.
Vermits de orde van de Kapucijnen in principe geen parochies aanvaarden, verwijst de provinciaal naar het hoogste bestuur van de Kapucijnen in Rome. Vandaar naar de H. Congregatie en zo komt de molen stilaan op gang.
Op 7 april 1957 verleent de congregatie voor religieuzen op haar beurt, aan de Vlaamse Kapucijnen, de toelating om de parochie te aanvaarden.
Reeds op 28 april 1957 verschijnt het koninklijk besluit, wat nodig is voor de oprichting van een nieuwe parochie, in het Belgisch staatsblad. Op 21 april 1958 bestudeert het generaal bestuur van de orde alle voorwaarden en overeenkomsten en keurt diezelfde dag nog alles goed.
Op 26 april wordt Mgr. De Smedt op de hoogte gebracht van die goedkeuring en bij decreet van 24 mei bepaalt hij dat met ingang van 1 juni 1958 de kloosterkerk van de paters Kapucijnen van Ieper tot parochiekerk ingelijfd wordt bij het decanaat Ieper. Vermits het kerkgebouw toegewijd werd aan O.L.V.-Middelares zal de parochie voortaan onder die naam verder gaan.

 PATER HERMAN IS DE EERSTE PASTOOR

 Enkele dagen later, op 10 juni, benoemt Mgr. De Smedt, op voordracht van het provinciale bestuur van de Kapucijnen, Pater Herman (Frans Vandewalle) tot eerste pastoor.
De parochie is reeds burgerlijk erkend. In uitvoering van art. 6 van het decreet van 30 september 1809 (code Napoleon) werd in de loop van de maand juni de kerkfabriek samengesteld en ter goedkeuring voorgedragen aan de bisschop van Brugge, Mgr. De Smedt en aan de gouverneur van West-Vlaanderen, baron Pierre van Outryve d’Ydewalle.
De kerkraad is als volgt samengesteld: Voorzitter: de heer Remi De Geest, handelaar – Secretaris: de heer Albert Doom, leraar VTI – Penningmeester, de heer Jef Lesage, bediende bij het ACW – Leden: de heren Jef Pype, gemeenteraadslid, en Marcel Del’Haye, handelaar.
De eerste kerkraad kreeg al meteen een paar harde noten te kraken. De verdeling van de kerkgoederen van de Sint-Niklaasparochie liet jaren op zich wachten. De parochie O.L.V.-Middelares moest wettelijk ca. 50 % van de bezittingen krijgen, wat nooit gebeurde. Na enkele jaren werd een stuk weiland van ongeveer 1 ha toegewezen. Dit weiland, gelegen op grondgebied van Sint-Juliaan, werd op 1 februari 1972 verkocht om met de opbrengst de kerk te kunnen herschilderen.

 DE KRUISSTRAAT IN FEESTSTEMMING

 Zondagmorgen 6 juli 1958
De bevolking laat duidelijk merken dat zij van plan is eens volop uiting te geven aan hun voldoening over de oprichting van de parochie en de benoeming van pater Herman tot pastoor.
Ze zullen voortaan gedoopt en begraven worden, eerste communie en plechtige communie vieren en huwen op hun eigen wijk. Dat zal gebeuren in de ‘paterskerk’ waar zij al zoveel jaren trouwe bezoekers zijn. Dat een Kapucijn telkens voorgaat verdubbelt de vreugde want de paters maken al zolang deel uit van hun gemeenschapsleven. Zowel op geestelijk als op sociaal-cultureel niveau hebben zij zoveel aan hen te danken. Nu willen zij op hun beurt hun dankbaarheid betuigen.
Weken vooraf hebben de bestuursleden van de plaatselijke comités en verenigingen onder leiding van pater Epifaan (Robert Tack, in de volksmond meestal aangesproken met ‘den pif’). Met de steun van de heer Remi De Geest worden de handen eensgezind in elkaar geslagen om iets spectaculairs klaar te maken. Daarin zijn ze ook geslaagd, want zelden biedt een parochie zo’n overweldigend feestelijke aanblik en wordt een pastoor met zo een pittoreske stoet ingehaald.
Op een zeldzame uitzondering na, is ieder huis van de wijk versierd of bevlagd. Zelfs andersdenkenden blijken niet immuun te zijn voor de algemene vreugdestemming.
Opvallend is het grote aantal leeuwenvlaggen. In de Westhoek draagt men blijkbaar het hart nog op de juiste plaats.
Hoge en lage gevels, grauwe en smetteloze nieuwe gevels, ze zijn allemaal opgesmukt met bloemenslingers en welkomstschriften. Aan de hoek van de Pannenhuisstraat met de Dikkebusseweg en de hoek Tybaertstraat met Dikkebusseweg zijn triomfbogen opgericht.
Er zijn zelfs prijzen voorzien voor de beste opschriften.

Derde prijs                Welkom waarde herder en ga niet aanstonds verder
                             Maar zegen met een kruis, dat pasgebouwde huis.

                                                                           (Cyriel Debel, Kapucijnenstraat)

Tweede prijs:         Wij zeggen niet dat ’t zal gebeuren
                            Maar men weet nooit met twee oude scheuren!
                            Nu als het is dat we nog eentje kopen
                            Brengen we ’t met plezier om te dopen.

                                                                           (Charles Timperman, Tuinwijk)

Eerste prijs:            U wast de zielen van vlekken vrij                           
                             Het vuile linnen wassen wij.

                                                                                              (Wasserij Leblon, Dikkebusseweg)






            Er staat een podium ter hoogte van H. Hartinstituut.

Tal van prominenten zijn aanwezig:
- Z.E.H. Deken Verhaeghe
- E.H. Deweer, pastoor van Dadizele als eerste getuige.
- E.P. Renaat, broer van P. Herman, als tweede getuige
- E.P. Felicissimus, provinciaal
- E.H. Cools, pastoor van de Sint-Niklaasparochie
- E.H. De Groote, pastoor van de Sint-Pietersparochie
- E.H. Vereecke, pastoor te Vlamertinge
- E.H. Van Maele, pastoor van Brielen
- E.P. Olivier, gardiaan van Izegem
- De prior van de Karmelieten
- De heer Ferryn, Senator
- De heer Bode, volksvertegenwoordiger
- De heer Lefevere, volksvertegenwoordiger
- De heer burgemeester en mevrouw Albert Dehem
- De heer Rouseré, schepen
- De heer Jef Pype, gemeenteraadslid
- De heer R. Vandewalle, vader van pater Herman
- Juffrouw Clara Vandewalle, zus van pater Herman aangevuld met nog vele andere genodigden en natuurlijk alle paters en broeders van Ieper.

EEN STOET TREKT DOOR DE STRATEN

 Een stoet, samengesteld uit diverse delen trekt door de straten van de nieuwe parochie.
Eerste deel: “Zo leeft de Kruisstraat”

- De stoet wordt met muziek geopend door de muziekmaatschappij “De Vijverzonen” uit Dikkebus.


- Daarop volgt de Tybaertgilde die voor de tribune een dansnummer ten beste geeft.


 

   - Hierop volgen eerst de piepjonge afvaardiging van de kroostrijke gezinnen,
- gevolgd door een flinke groep uit ‘Ons Tehuis’ die zorgen voor trommelaars, turners en vendelzwaaiers. 
- Een andere groep uit Ons Tehuis brengt een komische verrassing: met allerhande keurig versierde rijwielen beelden zij de Belgische pedaalridders van de Ronde van Frankrijk uit. 
- De tuinwijk heeft voor een praalwagen gezorgd. Op de wagen zien we een huis met een tuintje ervoor waar een jonge dame het huiselijke werk opknapt en vier jonge knapen een partijtje kaart spelen. Niets is vergeten, noch de boom, noch het Lieve Vrouwkapelletje, noch de vogelkooi.



- De leerlingen van de ‘Mariaschool’ stappen op als misdienaartjes van de pastoor.



- De aspiratie van de tuinwijk wordt uitgebeeld door een waardige burgervader, geflankeerd door zijn schepenen en begeleid door een gelegenheidsfanfare ‘Pater Herman’.
Deze laatste verplaatsen zich in een oude koets getrokken door een paardenspan.


Het eerste deel wordt afgesloten door het “Olijke Beuntje” met zijn stootkar.
Op zijn kar stond een opschrift waarop hij de hoop uitdrukte voortaan aan de paters in het groot te mogen leveren.


- Er volgt nog een monumentale wagen van de ‘vereniging geldschieters’ of niemand anders dan de duivenmelkers van de parochie. Terwijl de blauw- en witpennen rondfladderden in een grote kooi, goten de figuranten nogal wat pintjes naar binnen. Daardoor wordt meteen een verklaring gegeven aan de aanhangwagen waarop een waslijn lege portefeuilles en geldbeugels bengelen met het opschrift:

“W’ èn nog ogen om te krieschen”

 

        

Tweede deel: “Zo leeft de parochie”

- Dit deel wordt geopend met de muziekmaatschappij “Sinte Cecilia” uit Vlamertinge, gevolgd door vlaggen van de organisaties van de Kruisstraat.
- Twee Franciscaanse groepen: De H. Antonius van Padua met de lelie, omringd door jeugdige ordebroeders, uitgebeeld door de jongens van “Ons Tehuis” en de minnezanger van Assisi, een sprekende groep met kostumering en grime, verzorgd door de toneelgroep “Crescendo”.
- De KWB en de Sint-Rafaelsgilde hebben gezorgd voor een stemmige Franciscuswagen: Franciscus in gesprek met Vrouwe Armoede, met als achtergrond een kluis tussen de rotsen. De groep de H. Familie, toonbeeld van werkzaamheid, wordt voorafgegaan door een maagdeke dat op een kussen de sleutels van de kerk draagt. Daarbij zijn alle beroepen vertegenwoordigd: metselaar, timmerman, bakker, schoenmaker, melkmeisje en spinster, huismoeder en verpleegster en nog vele andere.
- Onder het motief ‘Waar men gaat langs Vlaamse wegen…” trekt een dubbele rij Lieve Vrouwkapelletjes voorbij, gedragen op de schouders van jonge meisjes. Er is zelfs een kapelletje bij met elektrische verlichting. Deze groep wordt afgesloten met een fraaie triomfwagen waarop hulde wordt gebracht aan O.L.V.-Middelares.

Tot slot

 De stoet sluit af met de bekende muziekmaatschappij “Leo XIII” uit Izegem.
Op verzoek van de ceremoniemeester van dienst, Pater Epifaan, sluiten alle personaliteiten zich aan bij de stoet. De nieuwe pastoor met de herdersstaf gaat voorop.


KANONIEKE INSTALLATIE

Op het ogenblik dat de pastoor aan de kerkdeur komt, openen de duivenmelkers hun korven en kooien en alle duiven klapwieken over de hoofden heen, een duidelijk symbool van vrede. Terwijl de persmensen met het fotograferen bezig zijn, overhandigt juffrouw Wivina Vervaecke de kerksleutels en juffrouw Antoinette Clays, biedt in naam van de parochie aan de pastoor een prachtig stel gewaden aan.
De pastoor opent de kerkdeur en het volk stroomt binnen.

 

Dan volgt naar traditionele gewoonte de liturgische aanstelling. De viering eindigt met het Te Deum en met de zegen van het Allerheiligste. 


                                In open wagen met burgemeester A. Dehem                                                                              Toespraak vande burgemeester


LUNCH

 Het menu is niet in de annalen bewaard gebleven. Onder de lunch hebben nog velen het woord gevoerd om de pastoor letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes te zetten. na de lunch doet de pastoor, niettegenstaande het gevorderde uur, per auto, nog een rondrit door de parochie om zijn volk te bedanken voor de blijken van vriendschap.

   Eén van de tafelspeechen is bewaard gebleven en hier citeren we een stukje eruit om wat van de sfeer van toen te laten meegenieten:

Pater pastoor zal mogen rekenen op de goede wil en gevolgzaamheid van zijn schapen en … katten, want die van het Tybaertgeslacht hopen hem vaak te mogen ontmoeten op hun tybaertwagen en sporen hem aan de ontembare katers en valse kattinnen bijtijds aan de oren te trekken en niet te vergeten de boeren regen te bezorgen. Die van de hoekcafé houden van een joviale pastoor en hopen dat hij zich niet zal generen om te trakteren. Met één woord, pastoor en parochianen, als ieder zijn taak naar behoren vervult, dan zal alles gesmeerd lopen. Doe uw best, de Welvaart doet de rest, of zoals de Tuinwijk het pittig uitdrukt: De pastoor zorgt voor ons altemale en wij voor de dikkens in de schale”.


De broer van pater Herman, pater Renaat Vandewalle, één van de getuigen tijdens de aanstelling van pater Herman, (de tweede getuige was Z.E.H. G. Deweer, pastoor te Dadizele) schreef volgende kleine ballade:

Er is dan een stoet door de straten gegaan,
 En ieder die ’t zag, riep: “de Herder komt aan!”
Het was zo een stoet met wat zot en wat vroed,
Het maakte de mensen gelukkig en goed!
De mensen die hadden hun huizen gepint
Met zinrijke spreuk en met veelkleurig lint.
Ze stonden en zaten in heel lange rij,
Ze keken naar ’t eind, hun gezicht straalde blij.
De kinderkens wezen een man met een stok,
En trokken verwonderd aan moeder haar rok.
“Zeg moeder, wie is dat, die daar komt gegaan?
Wat is dat, die stok, met die bloemkens aan?”
“Dat is onze priester en herder, kind,
De man van ons volk, en de kindervri(e)nd.
Die stok met die bloemen, dat is zijn staf,
Die God hem als herder te dragen gaf.
En waar hij ook komt, van de wieg tot bij ’t graf,
Hij plukt er voor ieder een bloemteken af.
Hij is gezonden tot zaligheid,
Daarom al die vreugd en al dat jolijt!”
De herder ging blij al de straten door,
En zegende ’t volk, dat God hem verkoor.
Hij dacht aan ’t geluk, dat de Heer hun gaf
Met bloemen, geplukt aan zijn herderstaf.
Hij groette gelukkig, hij boog te allen kant,
Hij deed dat verheugd met zijn staf in de hand.

Hier volgt de tekst verschenen in “De Stem van ’t Kruis” juli 1958

De eigenlijke kerkelijke aanstelling was vooraf­gegaan door een grandioze stoet, die na een triomfantelijke tocht doorheen de wijk Pater Pastoor netjes afleverde aan de kerkdeur. Met nauwelijks enkele minuten vertraging op het voorziene tijdschema vertrok de stoet van de bareel langs de steenweg op Poperinge. Hij werd in ogenschouw genomen door de personaliteiten, die op een podium vóór het H. Hartinstituut hadden plaats genomen: Z. E. H. Deken Verhaeghe, de getuigen Z. E. H. G. Deweer, pastoor van Dadizele en Z. E. P. Renaat, Kapucijn, missionaris in Belgisch Kongo en broer van de pastoor, H. E. P. Felicissimus, provinciaal overste van de Kapucijnen, de Zeereerwaarde Heren Pastoors van St. Niklaas, van Brielen en Vlamertinge, de heer Dehem, burgemeester van leper, vergezeld van zijn echtgenote, de heren volksvertegenwoordigers Lefere en Bode, de heer Senator Ferryn, de heer Allewaert, burgemeester van Izegem, de heren Rouseré, schepen, en Pype, gemeenteraadslid, de heer R. Van de Walle, vader van de pastoor en Juffrouw Cl. Van de Walle, zijn zuster, en nog verscheidene andere leken en geestelijken, waaronder E. H. Ameloot, onderpastoor van St.-Niklaasparochie, Z. E. P. Olivier, gardiaan van Izegem en de leden van de Ieperse kloostercommuniteit.
Temidden van deze uitgelezen schare zetelde Pater Pastoor, gekleed met roket en stool en in de hand de versierde herderstaf, symbool van zijn bediening, welke hem bij de bareel, vóór het huis van dhr. G. Vermeersch, was overhandigd geworden. De stoet werd geopend door een vertegenwoordiging van de muziekmaatschappij “De Vijverzonen” uit Dikkebus en de dansers van de Tybaertgilde, die vóór de tribuun een keurige demonstratie gaven van hun soepele kattendans. Ze werden gevolgd door een jeugdige afvaardiging van de kroostrijke gezinnen en de flinke groep van “Ons Tehuis”: trommelaars en trompetters, turners die zwierige ritmische oefeningen uitvoerden en een zestal vendelzwaaiers. De jongens hadden ook ge­zorgd voor een verrassing onder de vorm van een actualiteit: een afvaardiging van de Belgische renners uit de Ronde van Frankrijk op prachtig versierde rijwielen, waartussen de onmisbare volgerswagen. De Tuinwijk was vertegenwoordigd door een prachtige wagen: een huisje met een tuintje ervoor, waar, in de schaduw van een boom met Lieve Vrouwkapelletje, vier jonge kerels aan het kaarten waren en een jonge dame het huiswerk opknapte. De kinderen van de Mariaschool naast het klooster, meldden zich aan als de hoop van Pater Pastoor. Toekomstmuziek waren de burgemeester van de Kruisstraat met zijn schepenen en de fanfare « Pater Herman », die plaats genomen had in en boven op een oude koets. Dit eerste gedeelte werd besloten door Beuntje met zijn stootkar en de wagen der duivenmelkers, waarop een reusachtig duiven­kot gemonteerd was en waarvan de figuranten niet met de duiven maar met de flesjes bier speelden.
Het tweede gedeelte van de stoet, die een meer godsdienstig karakter vertoonde, werd geopend door de muziekmaatschappij “Sinte Cecilia” uit Vlamertinge, een keurig uitgedoste groep die voorbijtrok in martiale pas. Hierbij aansluitend de vlaggen van de verenigingen van de parochie en twee franciscaanse groepen: de H. Antoniusgroep, uitgebeeld door de jongens van Ons Tehuis en de St.-Franciskusgroep, verzorgd door de toneelgroep Crescendo. De K.W.B. en de Rafaëlisten hadden gezorgd voor een Franciscuswagen, waarop Franciscus, gezeten vóór een armoedige kluis, een gesprek voerde met Vrouw Armoede. Een maagdeke met de sleutels van de kerk opende de groep der H. Familie, toonbeeld van werkzaamheid, uitgebeeld door het H. Hartinstituut: alle beroepen bleken in deze groep vertegenwoordigd te zijn: de timmerman en de metselaar, de schoen maker en de bakker. het melkmeisje en de verpleegster, de boer en de spinster en zoveel anderen. Onder het motief “Waar men gaat langs Vlaamse wegen” trokken dan in een lange rij de Lieve Vrouw­kapelletjes van de wijk voorbij, gedragen door jonge meisjes en omkranst door kinderen met bloemen sluiers: er was zelfs een kapelletje bij met elektrische verlichting! Deze mariale groep werd besloten met een hoge en fraaie triomf­wagen die hulde bracht aan Maria Middelares en waarvan de linten gehouden werden door de communicantjes van dit jaar. De stoet werd besloten door de muziekmaatschappij “Leo XIII” uit Izegem, met voltallig bestuur.
Op verzoek van P. Epifaan (de ziel van het inrichtend comité) verlieten dan de personaliteiten het podium om zich bij de stoet aan te sluiten: voorop Pater Pastoor met Z.E.H. Deken en de getuigen, de leden van de kerkfabriek, en tenslotte de geestelijke en burgerlijke personaliteiten, de familieleden en de vrienden. De stoet vervolgde zijn weg langs de Poperingse Steenweg, de Kapucijnenstraat, maakte een grote omweg doorheen de Tuinwijk, werkte zich in haarspeldbochten door de Dikkebussteenweg om dan langs de Kapucijnenstraat terug te keren naar de parochiekerk, waar de kerkelijke ceremonie plaats had. Nadat de sleutels door Wivina Vervaecke aan Pater Pastoor waren overhandigd, bood de parochie, bij monde van Juffr. Antoinette Clays, de nieuwe herder een prachtig stel gewaden aan ten geschenke. Hierop ontsloot Pater Pastoor de kerkdeur en stroomde het volk naar binnen om getuige te zijn van de kerkelijke aanstelling. Nadat de geestelijkheid zich opgesteld had vóór het altaar, las Z. E. H. G. Deweer in het Latijn het dekreet van Z. H. Exc. Mgr. de Bisschop voor, waardoor de nieuwe Herder, omringd door de Personaliteiten,
Pater Herman tot pastoor werd aangesteld. Vervolgens verleende Z. E. H. Deken de investituur volgens de ritus gebruikelijk in het bisdom Brugge: overhandiging van de sleutels van het tabernakel, de kelk, het evangelieboek en de busjes met de HH. Oliën; hij wees hem het gebruik van het klokzeel, installeerde hem in de biechtstoel, vertrouwde hem de doopvont toe en beklom tenslotte samen met hem de preekstoel, van waarop hij het Woord Gods aan het gelovige volk zal voorhouden. Nadat Pater Pastoor zich teruggetrokken had hield Z. E. H. Deken een korte toespraak tot de aanwezigen: hij maande hen aan tot eerbied en gehoorzaamheid tegenover de nieuwe pastoor en wees er hen op dat de godsdienst het bij uitstek aangewezen bindmiddel is tussen de mensen en de grondslag is van alle gemeen­schap. Na deze toespraak werd onder feestelijk klokkengelui het Te Deum aangeheven, waarmee de ganse kerk instemde. De ceremonie van de aanstelling werd besloten met de zegen van het Allerheiligste en de besprenkeling met wijwater van de gelovigen.
Na de kerkelijke plechtigheid trokken de personaliteiten en de genodigden in kleine groepjes naar de zaal Familiekring, waar een eenvoudige lunch werd opgediend. Tijdens de lunch nam Z. E. H. Deken nogmaals het woord om zijn voldoening en vreugde uit te drukken dat de nieuwe parochie toevertrouwd werd aan de Paters Kapucijnen, die sedert zoveel jaren verdienstelijk werk op de Kruisstraat presteren en aldus onbewust het terrein voor hun huidig pastoraal apostolaat hebben voorbereid. Dank zij hun aanwezigheid is de wijk van de Kruis­straat een christelijke wijk gebleven en nu de parochie aan hun hoede werd toevertrouwd mogen wij het beste voor de toekomst verhopen. Ook burgemeester Dehem hield een korte toespraak: hij wenste de Kapucijnen een vruchtbare werking als waardige opvolgers van de Tempeliers en hoopte in het bijzonder dat de nieuwe pastoor, die hij als vriend en priester waardeert, zijn naam eer zou aandoen: Herman is een oudgermaanse naam en betekent hoofdman van de strijdende schare. Hij is nu hoofdman van een geestelijke schare die hij naar de overwinning moet leiden, in het spoor van St. Franciscus en met in zijn blazoen het Zonnelied van zijn Ordestichter. Vervolgens gaf Z. E. P. Renaat voorlezing van enkele gelukwenstelegrammen o.m. van dhr Léon Bekaert, Antoon Strobbe, de Juffrouwen Peeters, notaris Vanden Bogaerde, het A.C.W. van leper en een hartelijke en hooggestemde boodschap van André Demedts. Als laatste spreker dankte Z. E. P. Herman allen die bijgedragen hadden tot deze overrompelende inhaling en bracht hij hulde aan de toewijding van E. H. Ameloot, onderpastoor van St.-Niklaas, die een groot vriend was van de Kruisstraat. Morgen, aldus besloot Pater Pastoor, begint weer het dagelijks en gewoon leven: maar de verstandhouding waarvan de parochianen in deze dagen hebben blijk gegeven is een waarborg voor een hartelijke en vruchtbare samenwerking in de naaste toekomst.Na de lunch en ondanks het gevorderde uur deed Pater Pastoor per auto nog een ronde door zijn parochie om persoonlijk zijn volk te danken voor hun blijken van vriendschap. En toen hij zich vermoeid maar gelukkig in het klooster terugtrok was de rust van de nacht reeds over de wijk neergedaald en verraadden nog alleen de verlichte ramen van de cafeetjes dat men met de naviering bijlange niet klaar was...

Reeds vanaf het prille begin van de parochiegeschiedenis waren de parochieherder en zijn medepastoor sterk begaan met contact tussen kerk en parochiegemeenschap. Daartoe publiceerden zij een contactblaadje “De stem van ’t Kruis” een beetje te vergelijken met contactblad “Vrede en alle Goeds” van nu.


                                                                                                                                        Jado

- H. Hartbond, één voor de mannen en één voor de vrouwen.
- Congregatie voor jonge meisjes
- De Sint-Rafaëlsgislde
- De Tybaertgilde
- De KWB
   (de heren Seghers, Lowie en Pauwels)
- De KAV (mevr. Elisabeth Pype-Lahousse)
- Crescendo (de heer A. Vermeersch)
- De Tuinwijk (de heren Durieux en Beun)
- De Tybaertgilde (de heer Frans De Geest)
- Ons Tehuis (de heren Coulembier en De Visscher)                             

 Op de parochie speelt ook het ‘Feestcomité van de Kruisstraat’ een bijzondere rol, waarvan het erevoorzitterschap wordt waargenomen door de heer Remi De Geest en het voorzittersschap door de heer Jef Acke.



Eerste huwelijk op de parochie van Geert Hennin
Eerste huwelijk op de parochie: Wim Vuyslteke en Monique Dewilde
PASTORIE

Is het goed dat een gehuwde zoon bij zijn vader blijft inwonen? Voor de lieve vrede is het misschien wel beter dat hij een ander huis heeft of tenminste een afzonderlijk deel van het huis.

In de Kapucijnenwereld wordt om de drie jaar een andere overste gekozen of aangesteld. Dezelfde persoon kan een tweede maar niet een derde maal achtereen aan de beurt komen.

Een pastoor is niet aan een zelfde tijdsorde gebonden. Voor het ogenblik is pater Herman parochiepastoor én overste (gardiaan) van het klooster. Hijzelf begrijpt dat klooster- en parochiebelangen niet noodzakelijk samenlopen. Mogelijke verschillen moet hij zelf oplossen.

Hij vraagt zich af - en dit me een blik op de toekomst dat hij geen overste van het klooster meer zal zijn maar toch pastoor van de parochie – of het niet beter zou zijn  afzonderlijk te wonen? Betere moeilijkheden voorkomen dan ze te moeten overwinnen.

In overleg met de kerkraad wordt uitgezien naar een pastorie. In 1959 wordt huis en achtergrond van de heer Jos Lepicie, eigendom van de heer Paul Baudein, door de kerkfabriek aangekocht voor pastorie met tuin (Capucienenstraat nr. 24). Notaris de Cock en de kerkfabriek ondertekenen op 29 september de akte.

Pater Herman wordt langzaam maar zeker een volksfiguur die ook ver buiten de parochie bekend raakt. Alle middelen zijn hem goed - en dat is soms heel letterlijk te nemen - om zijn doel te bereiken. Hij heeft ook een groot “schooitalent” waarvan de opbrengst volledig ten goede komt van zijn parochianen. Hij heeft bouwplannen en bouwen kost geld!

Een tijdje later - start in juni 1961 - zal de grote zaal, bekend als ‘De basketzaal’ gebouwd worden. Zij is eigendom van de parochie. De parochie heeft ook de Familiekring (nu deels chirolokaal) in gebruik. Voorlopig is het geheel misschien wat ruim voor louter parochiale werken, daarom zal de zaal, want de economie speelt ook een rol, een breder bestemming krijgen. In samenwerking met de stad, zal de zaal ook ten dienste zijn voor alle dekanale werken en culturele aangelegenheden. Natuurlijk nemen basketploegen graag gebruik van de zaal.

Onder leiding van pater Herman floreert de Kruisstraat en hij zet ook zijn medebroeders in het licht.

 

                 Basketzaal in aanbouw onder het  inspecterende oog van pater Herman
 

KAPITTEL 1961

 

Voor pater Herman is de gardiaanperiode nu voorbij. Pater Ezechiël van Roesbrugge (André Waegemaker), een bekend predikant, wordt de nieuwe overste van het klooster te Ieper.

Pater Herman blijft natuurlijk de parochiepastoor en zal voortaan in de pastorie (Capucienenstraat 24) gaan wonen. Op die wijze wenst hij de nieuwe gardiaan alle vrijheid te geven over de leiding van de kloostergemeenschap.

 

ENKELE HISTORISCHE MEMENTO’S

 1962

In 1962 verlaat Pater Rochus, onderpastoor, Ieper om voortaan zich in te zetten in de Schippersschool te Brugge. Pater Octaviaan verlaat Herentals om dienst te komen doen als onderpastoor te Ieper.
Vermits twee paters voortdurend aan het parochiewerk verbonden zijn, wordt de predikant P. Paskaas van Brugge naar Ieper overgeplaatst om er de predikatie in de omliggende gewesten te ondersteunen. Dit gebeurt op 28 september 1962.
Pater Didacus, broer van een vorige gardiaan in Ieper, pater Bernardien, heeft zich lang ingezet voor de schippersschool te Brugge.
Op 20 januari komt broeder Gerard uit Brussel om hier te helpen bij het huishoudelijke werk.

 Kapittel van 21 juli 1964

De driejaarlijkse verkiezingen brengen niet veel veranderingen voor de klooster-gemeenschap van Ieper. Pater Ezechiël blijft gardiaan, Pater Libertus (Cyriel Perneel) wordt vicaris, die ook zal bijdragen voor het apostolaat in de Westhoek.

 4 juli 1966

De gekende missiepredikant en feestorganisator Pater Epifaan wordt met goedvinden van bisschop Mgr. De Smedt belast met het foor- en leurderswerk in West-Vlaanderen. Hij vervangt pater Servaas die in de kliniek is opgenomen. Pater Epifaan wordt een echte Franciscaanse pelgrim in de wereld.

 26 augustus 1966

Pater Prosper (Frans De Swaef), gewezen missionaris van het Kongolese bisdom Molegbe, wordt overgeplaatst van Edingen naar Ieper. Hij wordt de aalmoezenier van de Ieperse gevangenis. In de annalen lezen we een antwoord op de vraag “Wat doet gevangenisaalmoezenier zoal?”
Zijn dagen zijn gevuld met brieven schrijven en beantwoorden, telefoneren over heel het land en vooral het bezoeken van de gevangenen. Iedere dag opnieuw moet hij luisteren naar het verhaal van menselijke ellende, tracht hij te troosten en op te beuren, aan te sporen tot berusting, tot begrip en verzoening. Hij is niet alleen de vertrouweling van de gedetineerden maar ook van hun bloed- en aanverwanten, die lijden onder de scheiding en vernedering. En naar het voorbeeld van de Herder uit het Evangelie, ontfermt hij zich over de verdwaalde schapen van Gods kudde en probeert hij goed te doen aan allen: de gedetineerden, hun familie, de maatschappij.”

 - Terug in het klooster
De oplossing is nu eenvoudig: dezelfde pater is pastoor van de parochie en overste van het klooster. Voor iedereen is het duidelijk dat een overste in zijn klooster moet wonen.
Op 17 augustus komt pater Gurik van Herentals naar Ieper als predikant en zal ook ten dienste staan van de parochie.
Op 19 augustus 1967 zal pater Herman Ieper verlaten en wordt predikant te Edingen. Ook hij weet dat de Kapucijnen geen vaste woonplaats hebben en als pelgrims in de wereld zijn. Hij was 9 jaar lang de ondernemende en rusteloze werker de eerste pastoor van de parochie. Op zaterdag 23 september 1967 wordt van hem afscheid genomen met een bijzondere feesthulde. Na de eucharistieviering in de kerk trekt iedereen richting basketzaal. Vanwege de grote volkstoeloop zou de zaal Familiekring veel te klein zijn geweest. Bloemen, geschenken en toespraken door tal van prominenten volgen elkaar op. Het kwartet Moerman verzorgt de muzikale omlijsting.

 VIERING BIJ HET AFSCHEID VAN PATER HERMAN (23 september 1967)

 


Pater Herman Jef Lesage


Stadsmedaille uit de handen van burgemeester Dehem Beeld van Sint-Franciscus
gebeeldhouwd door Jef Lesage.


 

 NIEUWE PASTOOR JAN SCHEERLINCK

Van 24 tot 29 juli 1967 houden de Kapucijnen een kapittel.
Pater Fridolien, Jan Baptist Scheerlinck, wordt tot gardiaan benoemd van het klooster te Ieper.
Wat de pastoor betreft, gebeurt de verandering in overeenstemming met de bisschop. Daarom wordt op 28 juli 1967 pater Fridolien voorgedragen als pasoor voor O.L.V.-Middelares te Ieper, in opvolging van pater Herman.
Reeds op 7 augustus wordt hij door Mgr. De Smedt, bisschop van Brugge, tot die functie benoemd.
In overeenkomst met de congregatie voor religieuzen staat vermeld dat er geen gevaar is voor het kloosterleven en de kloostertucht, daar de pastoor en medepastoor in het klooster verblijven.

Wij kennen reeds het redelijk motief waarom pater Herman in de pastorie is gaan wonen nadat hij van het gardiaanschap is ontheven. Alhoewel men niet kan zeggen dat de kloostertucht geschonden is, toch vindt het hogere bestuur van de Kapucijnen dat de congregatie voor religieuzen het anders heeft geschreven.

 

- Aanstelling tot pastoor

Op 10 september 1967 wordt in het huis van de nieuwbenoemde deken, E.H. Karel De Wilde, de nieuwe pastoor verwelkomd. Dit gebeurt in aanwezigheid van twee getuigen: E. H. Beke, pastoor van de Sint-Niklaasparochie en E.H. Naert, pastoor van de Sint-Pietersparochie.
Onder een praalboog van het H. Hartziekenhuis aanschouwen alle hoge personaliteiten de voorbijtrekkende stoet. Voorop het muziekkorps “De Kerels” van het V.T.I., daarna volgen de vlaggen en de scholen (Mariaschool en de in 1964 nieuw opgerichte afdeling van het Sint-Vincentiuscollege, de latere Capucienenschool). De stoet trekt door de straten van de parochie.
Om 17.00 uur volgt de plechtige installatie in de parochiekerk. Sleutels en staf worden aangeboden door het eerste gedoopte meisje van de parochie, Carina D’Hellem en de eerst gedoopte jongen, Geert Hennin (9 jaar).

 Na de concelebratie wordt de nieuwe pastoor in een open wagen door alle straten van de parochie (waar de stoet niet had kunnen voorbij komen) gevoerd.
Intussen gaan pater provinciaal, de heer deken, de heer burgemeester, alle pastoors en voorname burgerlijke overheden de erewijn proeven in de baskethall. Later zitten een 80 genodigden aan tafel in zaal Familiekring.





- Woonstede

Om het klooster wat aan te passen aan de parochiale werkzaamheden gebeuren er binnenshuis enkele veranderingen. Het kloosterslot wordt enkele meters achteruit geschoven, zodat er ruimte ontstaat voor de kantoren van pastoor en onderpastoor en voor een ontvangstkamer. Boven worden enkele logeerkamers ingericht.

 
DE ANDERE BEWONERS VAN HET HUIS

 - Pater Hilarin

Edgard Strubbe, de stille gedienstige, goede en brave Bruggeling. Hij woont in het klooster te Ieper van 1937 tot 1940. Hij vertrekt maar in 1947 is hij terug in Ieper en schijnt er voor eeuwig te verblijven. Plots, zonder iemand iets te zeggen, verlaat hij op 6 februari 1968 het gezelschap van zijn medebroeders om naar de hemel te verhuizen.

 - Pater Bellarmien

Gerome Grymonprez van Zillebeke, is aangesloten bij het klooster van Meersel-Dreef in de provincie Antwerpen. Voor vele jaren heeft hij dienst gedaan als gewoon onderpastoor te Meerle, waar hij op fantastische wijze en ijver zich ingezet heeft. Op advies van de dokter moest hij het werk stil leggen. Met toelating van pater provinciaal en op aanvraag van de zusters van Klerken, zal pater Bellarmien daar inwonen als aalmoezenier van de zusters en bewaarengel van de honderden gehandicapte kinderen. Sedert 28 november 1968 is hij in Klerken. Het is een anomalie dat hij nog behoort tot het klooster van Meersel-Dreef, daarom wordt hij op 1 juni lid van het klooster te Ieper.

 - Pater Gualbert Jan Baptist Mostinckx en pater Werenfried, Luc Hessel (doctorandus in kerkelijk recht) komen beide naar Ieper als predikant. Op 20 augustus 1969 wordt pater Luc Hessel benoemd tot godsdienstleraar en schoolaalmoezenier in de Technische school van de zusters Franciscanessen te Poperinge.
Met de predikatie schijnt het minder en minder te vlotten. Reeds op 1 januari 1969 wordt pater Gualbert teruggeroepen en verplaatst naar Boom.

 - Pater Bernardin

Jos Bouwens komt op 9 augustus 1969 Ieper vervoegen en wordt benoemd tot godsdienstleraar aan de Vrije Technische School te Poperinge.
Het is niet allemaal goud wat blinkt. Op 28 februari verlaat pater Guriek, dienstdoende onderpastoor, het klooster en ook het kloosterleven.

 KAPITTEL VAN 5 TOT 10 JULI 1970

 Voor het klooster te Ieper staan weer wat veranderingen te gebeuren.
Pater Luc Hessel wordt benoemd tot plaatselijke overste.
Pater Jan Baptist Scheerlinck, doet een stap terug, is dus geen overste meer, maar blijft wel de herdersstaf van de parochie behouden.
Pater Jos Bouwens die tot lid van de provinciale raad verkozen is, wordt vicarius van het klooster te Ieper.
Pater Libertus, Cyriel Perneel, ruimt de plaats en wordt op 1 augustus aangesteld tot predikant te Brugge, maar kort daarop benoemd tot dienstdoend pastoor te Willebroek nabij het klooster te Boom.
Pater Crescens, Juliaan Segers, aftredend overste te Beernem, wordt benoemd tot aalmoezenier van het Tehuis Sint-Joseph te Woumen. Hij zal in Woumen verblijven maar aangesloten zijn met de kloostergemeenschap van Ieper.
Pater J. B. Mostincks komt terug van Boom naar Ieper maar nu ten dienste van het H. Hartziekenhuis.
Broeder Marius, Camiel Vereeche van Esen, verlaat Ieper en wordt vervangen door broeder Erwinus, Gaspar van Looy.
Pater Hildebertus, Jozef Crombez van Meulebeke, voorheen plaatselijke overste te Leuven, wordt overgeplaatst naar Ieper. Op 13 augustus 1970, wordt hij op voordracht van het definitorium, door het bisdom Brugge benoemd tot medepastoor op de parochie O.L.V.-Middelares te Ieper en is tevens godsdienstleraar aan de plaatselijke lagere school

 VERDER OP WEG

 Sedert Vaticanum II is er een snelle evolutie gekomen in het kerkelijke leven: in de liturgie, de klederdracht van de geestelijken, de opvattingen nopens kerkelijk- en kloosterleven, een nieuwe wijze van christelijke beleving, enz.

 - Kooroffice
Het gezamenlijk bidden der getijden is nog altijd een wezenlijk bestanddeel van de meeste kloostergemeenschappen en religieuze congregaties.
Het koorgebouw vraagt om noodzakelijke herstellingen en dit is de gelegenheid om het te moderniseren en aan te passen aan de nieuwe liturgie.
Om er een waar en algemeen kerkgebed te hebben, zullen voortaan ook de zusters van het aanpalend klooster het koorofficie meebidden, het staat ook open voor alle leken die verlangen eraan deel te nemen. Daar alle gebeden in de moedertaal gezegd worden is de deelname voor iedereen mogelijk geworden.

 - Marcel Roger Buyse van Izegem, rustend bisschop van Lahore, komt tijdelijk in Ieper wonen op 13 mei 1971. Op 26 augustus viert men plechtig zijn 80ste verjaardag. In november vertrekt hij opnieuw naar de missie om er nog dienst te bewijzen aan de zijde van de nieuwe bisschop. Daar verblijft hij tot aan de aanstelling van een inlandse bisschop. Daarna keert hij terug naar Izegem. Hij verlangt geen rust en tracht zoveel mogelijk nog dienst te bewijzen. Op 14 mei 1974 brengt hij nog een vriendenbezoek aan de kloostergemeenschap van Ieper. Hij is opgeruimd, fris en gezond. Een paar weken later, op 1 juni 1974, terwijl hij de kinderzegening in het Mariaoord te Dadizele voorging werd hij plots onwel en overleed ter plaatse.

 - Broeder Eric De Bree van Brugge heeft in Ieper zijn noviciaat voltooid en daarna in Brugge en Izegem goede diensten bewezen. op 2 augustus 1973 is hij terug in Ieper in dienst van het klooster. Hij zet zich in voor gehandicapte kinderen.

 De snelle opvolging van al deze broeders komt misschien vreemd over. Wij mogen zeggen dat zij allen – zij het dan op hun eigen wijze – het ideaal van Franciscus uitdragen. Zo is er in deze wisseling toch een sterk voortgezette stroming. Iedere mens helpt andere mensen richting te geven in het leven. Het is onmogelijk, trouwens het ligt ook niet in onze bedoeling, te achterhalen hoe deze beweging zich uitte. Wij kunnen alleen maar hulde brengen aan de inzet van zovelen.

GROEI EN BLOEI VAN DE PAROCHIE

In de historie van de parochie vinden we enkele feiten die verwijzen naar de steeds maar groeiende aandacht voor de pastoraal op de parochie.
- Pater Jan Scheerlinck richt in 1970 de bond van de gepensioneerden op (K.B.G.)
- De Familiekring wordt in 1975 uitgebreid, een stuk wordt bijgebouwd. De bijgekomen ruimte voorziet lokalen voor Kind en Gezin en voor een bibliotheek.
   Kind en Gezin kent zijn stichting bij de KAV onder impuls van Mevr. Elisabeth Pype-Lahouse.
    De Heer Roger Dumont wordt de eerste bibliothecaris op onze parochie van de bieb. “De Posthoorn”, zo staat hij in voor de culturele verheffing op de “Kruisstraat”.
- De Chirolokalen worden uitgebreid.
- Het Sint-Vincentiuscollege bouwt in 1964 een lagere school. Op die manier zullen de steeds maar bijkomende kinderen op hun eigen parochie kunnen school lopen.


Vanaf de jaren ’70 zijn er reeds 6 volwaardige leerjaren en het aantal zal steeds maar blijven groeien. Het eerste schoolhoofd was de Heer Georges Van Coillie. Hij werd in 1977 opgevolgd door de heer Marcel Vanhoudt die de school steeds maar ziet groeien zowel in aantal leerlingen en dito leerkrachten als in uitbreiding van gebouwen. Vanaf het schooljaar 1999 – 2000 neemt mevr. Marleen Vandenberghe het directeurschap over. (Verder in dit werk lees je meer over de vrije basisscholen.)

 

 

IN 1979 EEN NIEUWE WISSEL EN EEN NIEUWE PASTOOR: PATER LUC HESSEL

 Op 1 juni 1979 wordt de bestaande kloostergemeenschap waartoe pastoor pater Scheerlinck en medepastoor pater Jan Van Boxel behoren, vervangen door een fraterniteit van vier Kapucijnen: Klaas Blijlevens, Achiel De Pauw, Adri Geerts en Luc Hessel. Aan deze fraterniteit wordt naast de andere verschillende taken die zij op zich nemen, ook de priesterlijke zorg voor de parochiegemeenschap toevertrouwd.

 Pater Luc wordt op 20 juni 1979 door de bisschop tot pastoor benoemd. De aanstelling heeft plaats op 24 juni 1981. Pater Achiel is de medepastoor. Op 24 juli 1981 komt Boni Van Looveren (voorheen in Kongo) de fraterniteit vervoegen. Binnen de priesteréquipe gebeurt er dan een herverdeling van de taken. Pater Klaas Blijlevens en pater Adri Geerts wijden zich voortaan aan pastorale taken buiten de parochie. In de parochieraad van 28 augustus 1981 wordt de mogelijkheid van de oprichting van een parochieteam besproken.  In decmeber 1981 werd in de parochieraad bij geheime stemming - zuster Lucretia, Lut Stubbe en Albert Doom tot parochieteamleden verkozen. Deze personen werden aan de Heer Deken De Wilde voorgedragen. Zij mochten hun proefperiode beginnen. Naast het gemeenschappelijk gedragen algemeen beleid van de parochie neemt Lut de dooppastoraal, eerste communie en vormsel als deeltaak, zuster Lucretia, welzijnszorg, Albert Doom het bezoek bij eenzamen en zieken en draagt ook zorg voor materiële aspecten. (Over parochiebeleid via parochieteam en parochieraad, zie verder)

                                                                                                (Pater Luc Hessel, eerste van rechts)


FRANCISCUSHUYZE

 
Het kloostergebouw kent een inwendige metamorfose.
Waar vroeger – en dit zowat in elk klooster – een slotgedeelte was, komt nu een open en hartige opvangplaats voor iedereen. De nieuwe fraterniteit stelt het klooster voor aan de parochiegemeenschap, en ver daar buiten, als een ‘open huis’ en doopt het om tot Franciscushuyze. Iedereen is er op welk uur van de dag dan ook altijd van harte welkom voor een babbel, een goede raad of een woord van troost en opbeuring. Veel mensen uit Ieper en omgeving ervaren Franciscushuize als een plaats van gebed en geloofsbezinning maar tevens ook van warm onthaal.

 
KAPITTEL 1982 MET ALS GEVOLG…

 EEN VOLGENDE NIEUWE PASTOOR: PATER BONI VAN LOOVEREN

 Op 23 februari 1982 wordt pater Luc Hessel verkozen tot algemeen overste van de Vlaamse Kapucijnen. Op 11 maart 1982 wordt Pater Boni door de bisschop aangesteld tot pastoor in opvolging van pater Luc. Op 12 april 1982, tweede paasdag, volgt de aanstelling door de Heer Deken Karel De Wilde. Aanvankelijk blijft pater Luc in het parochieteam. Zijn talrijke activiteiten maken dit voor hem steeds maar moeilijker en verlaat uiteindelijk de groep. Pater Jean-Marie Desmet komt op 2 augustus 1982 naar Ieper. Hij vervangt er pater Achiel die op 1 augustus naar Leuven vertrekt.






Geleid door de geest van Franciscus, zal het parochieteam, eerst o.l.v. pater Luc en dan van pater Boni, samen met de parochieraad, de parochie en vooral de pastoraal, doen groeien en bloeien.
Om dit te verwezenlijken worden in de parochieraad tal van werkgroepen opgericht:
Een werkgroep voor: onthaal, doopcatechese, eerste communiecatechese, vormselcatechese, verloofdenwerking, jongerenpastoraal, culturele animatie, liturgie.
Iedere werkgroep heeft zijn eigen voorzitter of voorzitster en brengt in elke raadsvergadering verslag uit. De raad zoekt waar nog kan bijgestuurd worden.
Een gezond evenwicht tussen de parochieraad (brede adviesgroep) en het parochieteam (beleidsverantwoordelijk). De onthaalbrochure en contactblad “Vrede en Alle Goeds” brengen de werking van parochieraad en –team dicht bij de bevolking. Deze beide uitgaven willen een teken zijn van de verbondenheid en inzet voor elkaar, gedragen door Jezus’ Geest.

 (Voor de rubrieken Parochieraad en Parochieteam zie verder in het boek.)

 1983: 25 JAAR PAROCHIE

 In Vrede en Alle Goeds van september 1983 lezen we o.a.:

De parochie viert andermaal feest. We zijn nu reeds 25 jaar samen op weg. Een reden dus om dankbaar terug te blikken op wat geweest is. Het vele goede en mooie dat wesamen mochten realiseren en dit met blijheid en diepe vreugde meenemen naar morgen toe.
Doch de schaduwen of wolken die we in die voorbije 25 jaar ook aantroffen willen wij niet negeren, maar ze aanpakken als leermodellen om te zien hoe het niet moet. Zij dragen een leerkans in zich die we niet onbenut willen laten.

Een greep uit het feestprogramma typeert de eigenheid van de parochie in een Franciscaanse geest want er staan niet alleen ontspannende delen als receptie, twee tentoonstellingen (in Franciscushyze rond 60 jaar Kapucijnen te Ieper en in de Familiekring rond het pastorale leven) en wandelzoektocht geprogrammeerd maar ook conferenties en bezinningen. Het geheel wordt geopend met een plechtige eucharistie met Mgr De Smedt als voorganger. Daarna volgt een academische zitting in de Familiekring.
We lezen hierover in de annalen:

Na de eucharistie trokken allen naar zaal Familiekring voor de academische zitting. Marleen Lesage verzorgde de bindteksten terwijl Jan Meul en echtgenote Christine Devos zorgden voor het muzikale intermezzo.
Albert Doom beklom als eerste spreker het spreekgestoelte. Als voorzitter van de kerkfabriek en lid van het parochieteam, riep hij de geschiedenis op van 25 jaar parochie. Vervolgens kwam pastoor pater Boni aan het woord en belichtte de diepe betekenis van het herdenkingssteentje. Op het steentje zien we een kring van mensen rondom de kerk. De plaats waar mensen elkaar ontmoeten in goede en kwade dagen, in vreugde en verdriet, stil alleen of allen samen, danken, bidden, smeken, wenen bij God ons aller Vader. Vrede en alle Goeds, dit wensen wij elkaar toe, niet alleen bij dit zilveren jubileum maar elke dag van ons leven. Wij willen broers en zussen zijn van elkaar rondom de ene Heer Jezus Christus, die ons de weg door het leven wijst.
Nadien kwam de bisschop aan het woord. Hij had het vooral over de frisse wind die waait over onze parochie. Een bemoediging om verder dezelfde weg te gaan. Ook zei de bisschop hier een duidelijk Franciscaans element te mogen ervaren in onze manier van werkvormen. Daar was hij zeer gelukkig mee. Hij eindigde zijn toespraak met een oproep de Kapucijnen hier op de parochie vast te houden.
Burgemeester André Verstraete legde het accent op de grote uitbreiding die de parochie de laatste jaren gekend heeft (en nog kent). Ook wees hij op de dynamiek die leeft op de wijk en op het feit dat nooit tevergeefs een beroep wordt gedaan op de mensen van de Kruisstraat. Deugddoende woorden.

e Heer Albert Doom, voorzitter van de kerkfabriek

Tenslotte kwam pater Luc Hessel, namens de Kapucijnen, aan het woord. In zijn lofrede had hij het vooral over de onthechting van Franciscus, niet alleen aan materieel bezit maar ook aan het ‘niet-bezitten van mensen’ . Een erg goede toespraak die de diepte peilde van de woorden die tot dan toe gesproken waren. Zo, en niet anders, wordt ieder van ons opgeroepen om broeder en zuster te zijn van en voor elkaar, zonder elkaar te willen bezitten.


 


Mgr.  De Smedt, toen bisschop van Brugge Pater Herman - Deken Karel Dewilde - Pater Boni Van Looveren -
Mgr De Smedt - Pater Luc Hessel - Burgemeester André Verstraete

De werkgroep die het zilveren jubileum in zijn festiviteiten voorbereidde:
 L naar R boven: Pater Klaas Blijlevens - Lut Stubbe - Guido Dejonghe - Jean-Luc Wydhooge - Johan Pype - Patrick Keetels
Onder: Gaston De Prycker - Pastoor pater Boni - Albert Doom - Zuster Lucreatia - Pater Jean-Marie Desmet
Opening van de tentoonstelling 25 jaar parochie


  Pastorale werkgroepen en verenigingen strelden ten toon.
Hier zien we de dames bij de stand "Kind en Gezin"

NIEUWE PAROCHIEZAAL

 Overgenomen uit “Vrede en alle Goeds” van 7 april 1985:

 “Op een avond in maart” zo zouden we het verhaal van de groei van het nieuw parochiecentrum kunnen beginnen. De vraag naar nieuwe hemen voor de Chiro, deed ons een oud plan terug oppakken, de basketzaal verkopen, en een nieuw centrum uitdenken.
Op 10 augustus 1984 gebeurde de eerste spadensteek en op vrijdag 29 maart 1985 huldigen wij een nieuw parochiecentrum in. Een project waarop wij terecht fier
mogen gaan. Dank zij de vele en harde inspanning van velen, binnen en buiten de parochie, mogen wij nu ge­bruik maken van een ontmoetingscentrum dat een brede waaier van mogelijkheden in zich draagt.
Duizenden kg. cement en beton, 30.000 stenen, 22 bin­nendeuren, 78 lopende meter tafel, 300 nieuwe stoelen, 14 W.C's, 10 wasbekkens, plus minus 760 m² plafond,
kilometers elektriciteitsdraden, honderden meters toe- en afvoerbuizen, gasleiding, enz zijn verwerkt in een centrum dat vijf vergaderzalen telt, een ingerichte keuken, een bar, een feestzaal - dubbel zo groot als de oude parochiezaal - een podium, twee kelders, een sanitair blok met dames­- en herentoilet en een toilet toegankelijk voor ge­handicapten.
Onze dank gaat op de eerste plaats uit naar die men­sen die tijd noch moeite gespaard hebben om belangloos mee te werken aan de opbouw van het centrum. Namen noemen we niet, omdat er zo velen waren en de kans om iemand te vergeten groot is. Toch kunnen we niet nalaten twee grote voortrekkers: Guido Dejonghe en Walther Vandenbriele, te vermelden.
Zij waren de stuwende krachten, die soms op de barricaden stonden en dan weer de stille werkers waren. Zonder deze mensen zou dit project nooit geslaagd zijn.
Een woord van dank ook naar u allen die door uw financiële of morele steun ertoe hebt bijgedragen dat we nu diep gelukkig mogen zijn met het nieuw parochie­centrum. Ook jij, lieve mens, die per fiets of te voet trouw iedere week uw pakje oud papier in de ga­rage van Franciscushuyze bent komen brengen. En ook jij, lieve kleuter, vergeten we niet die fier kwam aanbellen met een zakje kroonkurkjes die je had meegebracht van mémé en pépé.
Zonder al deze grote en kleine inspanningen zou ons parochiecentrum er niet gekomen zijn, of zou het er ten minste anders hebben uitgezien.
Maar, goddank, het is er. Teken van wat mensen kunnen bereiken wanneer ze de handen ineenslaan en samenwerken -
Het nieuwe parochiecentrum zal met het kerkgebouw het hart vormen van onze parochiegemeenschap. Waar we in de kerk de vreugde en het verdriet van ieder afzonder­lijk en allen samen biddend voor God brengen en van Hem de kracht mogen
ontvangen om mee te bouwen aan Zijn droom met de mensen, zal in het nieuwe parochie­centrum dit alles gedeeld worden met elkaar. Mensen zullen er aan elkaar mogen vertellen. wat hen deugd doet of angstig maakt. Mensen zullen er ook, met elkaar van gedachten wisselen hoe ze die droom van God samen kunnen waarmaken, langs het verenigingsleven, via de werkgroepen, door bezinningsavonden, enz... En natuurlijk zal er ook gefeest worden, want maakt dit ook geen deel uit van Gods droom met de mensen? Heel zeker. Kortom, het nieuwe parochiecentrum zal met het kerkgebouw, het kloppende hart worden van onze parochiegemeenschap. En allen die het zullen zien zullen zeggen: “zie eens hoe ze het opnemen voor elkaar. ‘t Is toch waar: de Heer is niet dood, Hij leeft; ook in onze gemeenschap.”


AFSCHEID VAN DE ZUSTERS

 Maart 1986

 “Vrede en vriendschap” Met deze woorden namen we node afscheid van onze lieve zusters: Lucretia, Julia, Marie-Louise. Dank zusters voor de zovele jaren inzet voor het onderwijs op onze parochie. Het aantal parochianen dat van jullie leerde bidden en de eerste stappen in taal en rekenen konden zetten, zijn niet te tellen. Zelfs toen u met pensioen ging bleef de inzet niet uit. Waarlijk, dank zij jullie inzet waren er op onze parochie geen eenzamen meer. De bezoekjes die je voor hen bracht, de opbeurende woorden, de boodschappen, de fijne attenties, de luisterbereidheid, de autoritjes en nog zo veel meer, brachten een vleugje zon bij menigeen die met verdriet of pijn te kampen hadden. We zagen de zusters niet graag vertrekken.

 Volgende passage onder de titel

KLOOSTER GAAT DICHT OP PAROCHIE O.L.V.-MIDDELARES

lezen we in de krant van 21 februari 1986.

 (…) Ze konden te Ieper hun intrek nemen in 1924. Een groot klooster was het niet. Er hebben maximaal 6 zusters gewoond. Het klooster vormde als het ware één geheel met de school, die algauw een grote bloei kende.
De tijd bleef evenwel niet stilstaan. Na de tweede wereldoorlog daalde het aantal roepingen en meteen ook het aantal religieuzen in het onderwijs. Een tijdperk werd afgesloten, toen in 1977 zowel zuster Lucretia (Maria Buysse) als zuster Marie-Louise (Laura Vandenbilcke), die zich verdienstelijk hadden gemaakt als kleuterleidster op rust gingen. Zuster Marie-Louise heeft aldaar 24 jaar gewerkt. Voor 1953 was zij werkzaam geweest in de school Immaculata in de Rijselsestraat. Beide zusters bleven na hun op ruststelling in het klooster wonen samen met zuster Julia (Martha Devincke), die 35 jaar in het onderwijs had gestaan te Torhout en in 1970 naar Ieper was gekomen om voor de medezusters te koken. Tijdens de voorbije jaren hebben zuster Marie-Louise en zuster Lucretia zich ten volle ingezet voor de medeparochianen via Welzijnszorg. (…) De parochiegemeenschap van O.L.V.-Middelares zal de zusters niet zomaar loslaten en daarom is er op zondag 9 maart om 10.30 u. in de parochiekerk een dankviering voorzien waarna aan de zusters een receptie aangeboden wordt in de Familiekring.

 BEWONERS VAN FRANCISCUSHUYZE

 Op 23 oktober 1986 wordt pater Frans Celis – door de benoeming van bisschop Mgr. Vangheluwe en op voorstel van pater provinciaal Luc Hessel, aan het parochieteam toegevoegd.
Samen met pater Boni draagt pater Frans de priesterlijke zorg over de parochie.
Pater Boni is voortaan ook proost van de KBG en KWB. Pater Frans wordt proost van KAV en Chiro. Het team neemt de beslissing om voortaan geen wijkpriesters meer aan te duiden, in plaats daarvan systematisch te werken aan wijk- en huisbezoeken.

 
KAPITTEL VAN 2 - 4 FEBRUARI 1991

 Pater André Dewaegmaecker gaat naar de fraterniteit van Brugge Boeverie
Pater Adri Geerts komt naar de fraterniteit van Ieper.
Op het kapittel van de Vlaamse paters Kapucijnen te Izegem werd op donderdag 2 februari pater Adri Geerts tot provinciaal overste gekozen. Pater Klaas werd gekozen tot één van de vier raadgevers van pater Adri. Het is een eer voor Ieper zulke broeders tot verantwoordelijkheid en dienstbaarheid geroepen te weten. Pater Adri verhuist dus naar Antwerpen.

 
HIER NEMEN WE EEN SPRONGETJE VOORWAARTS

 De jongste Kapucijn, pater Kenny Brack, werd begin juli 2000 aan de fraterniteit toegevoegd. Hij neemt de taak van godsdienstleraar op aan de parochiale basisschool, de Capucienenschool. en later aan het Instituut H. Familie te Ieper.
Daarnaast richt hij een koor op: Het Sint-Franciscusjongerenkoor en staat hij in ten volle in voor de pluswerking, de jongerenpastoraal, op de parochie.
Na meer dan 6 jaar van gedreven pastorale inzet zowel op de parochie als o.a. in het onderwijs te Ieper, verlaat pater Kenny onze parochie. Mgr. Vangheluwe, bisschop van Brugge, is het jeugdige dynamisme van pater Kenny niet ontgaan en vraagt hem de eindverantwoordelijkheid van de pastoraal op te nemen in enkele parochies van het Heuvelland, meer bepaald Westouter en Loker en om op zondag in Wijtschate voor te gaan in de vieringen. Op 26 augustus 2006 wordt hij aangesteld en neemt zijn intrek in de pastorij van Westouter.

 UITBREIDING VAN DE PAROCHIE

 Sedert haar stichting op 1 juni 1958 kent de parochie steeds maar een verdere aangroei van wijken, straten en dus ook van aantal inwoners.
Het begint al vroeg met de Tuinwijk. De ganse wijk krijgt een nieuwe look. De maatschappij “Ons Onderdak” bouwt er sociale woningen, en vervangt deels de oudere woningen van de vroegere NMBS. Er komt zelfs een heus appartementsgebouw “De Sterre” en woningblokken in de Azalealaan. Vroeger was deze wijk doorkruist met aswegen. Nu zijn de straten breder en voorzien van asfalt. Het is een fraaie wijk om wonen geworden.
Centraal staat er een O.L.Vrouwbeeld. Pater Herman en Sylvain Durieu spreken daarvoor kunstenaar Roig aan. Vader Vanspranghe metselt het voetstuk. De straten krijgen namen van bloemen met uitzondering van de Pater Willibaldlaan en de Posthoornstraat.
Vanaf 1964 verschijnen nieuwe straten en dito woningen in het westelijk deel van de parochie. Het eerste gebouw is een gloednieuwe lagere school opgetrokken door het Sint-Vincentiuscollege in eerste instantie bedoeld voor de jongens – maar later ook de meisjes – van de parochie. Algauw raakt de wijk, in twee fases volgebouwd en de straten dragen dit keer namen van vogels.
Daarop volgen de wijken Ter Olmen, Ter Linden en de Izegrimstraat.
Thans wordt er achter de Izegrimstraat een heuse wijk aangebouwd met straatnamen uit het verhaal “Van den vos Reinaerde”, maar ook daarnaast komen er nog eens een tal van nieuwe straten en woningen langs de Omloopstraat, palend aan de ‘Vogelwijk’.
Nog later werd het deel in de omgeving van de “droge vaart” Komen – Ieper ingevuld, de zogenaamde “Leemput”.

Maar in 1994 gebeurt er wel iets bijzonders.
We lezen in “Kerk en Leven” nr. 40 van woensdag 5 oktober 1994

In het kader van een vernieuwde aanpak van de pastoraal in Ieper-stad werd de Sint-Niklaasparochie door Mgr. de bisschop opgeheven en de kerk voor de eredienst gesloten op 15 september 1994. Na beraadslagingen, zowel op parochiaal als decanaal vlak én met de vicaris-generaal voor de parochies, werden ook de nieuwe parochiegrenzen in een voorstel aan de bisschop voorgesteld. De bisschop heeft die op 20 september 1994 bekrachtigd.
Volgende straten, die vroeger tot de Sint-Niklaasparochie behoorden, maken voortaan deel uit van de parochie O.L.Vrouw-Middelares:
Dikkebusseweg (van vaart Komen-Ieper tot aan de spoorweg) - Hommelhofstraat – Tempeliersstraat – Augustijnenstraat (tot aan de oude spoorwegbedding) – Adriaansensweg – Witte Molenstraat – Motestraat – Kervijnlaan - John Kennedylaan – Boudewijnlaan – Fabiolalaan – Henry Dunantlaan – Burg. Henri Soubrylaan - Oliedamstraat – en 6 straten van de “Rederijkerswijk”: Jacob Immelootstraat – Joris Goossensstraat – Claude De Clerckstraat – Ignaas Tempermanstraat – Pieter De Busscherestraat –Nicolaas Millecamstraat.

 10 jaar “NIEUWE” FAMILIEKRING

 Gelezen in Vrede en Alle goeds van april 1995: Toespraak tijdens de plechtigheid:

29 maart 1985 - 25 maart 1995. Tien jaar zaal Familiekring.
Tijdens deze tien jaar zijn er veel, heel veel mensen naar het parochiecentrum gekomen. Wanneer in 1981 de eerste plannen gesmeed werden, toen nog samen met Pater Luc Hessel, hadden wij nooit durven denken dat dit nieuwe gebouw zo intens zou bezocht worden. Het was immers onder de stuwende, nooit aflatende kracht van Pater Boni, bijgestaan en gesteund door ijverige naaste medewerkers, dat alles tot zijn huidige toestand beslecht werd. Hij maakte de droom en het verlangen van velen waar. Zonder zijn vastberadenheid en zijn geloof zou hij iets dergelijks nooit bereikt worden.
Begin 1984 werden de definitieve plannen opgestart en in juli 1984 werd de basketzaal verkocht aan basketbalclub Iebac. Dit waren de eerste fondsen voor het financieren van het nieuwe te bouwen complex. Maar de grootste financiering kwam van de bewoners van de parochie zelf. Ook waren er wel enkelen van buiten de parochie, die niet enkel door hun financiële steun maar ook door hun daadwerkelijke fysische en belangloze inzet, en op diverse vlakken bijgedragen hebben tot welslagen van dit project. Zeer velen, honderd, misschien wel tweehonderd medewerkers hebben vele dagen, vele weekends opgeofferd om hier één of andere karwei op te knappen. En er waren vele karweien op te knappen. Een medewerker is daarvoor speciaal vijf maanden komen wonen in Franciscushuyze. Nogmaals onze oprechte dank aan deze vele vrijwilligers. Velen van hen zijn hier deze avond aanwezig en het doet goed om na tien jaar weer eens allen samen te zijn. Spijtig hebben enkelen ons reeds verlaten.
Dat de oude Familiekring aan vernieuwing en verruiming toe was, bewijst de huidige bezetting van het parochiecentrum. In 1988 was de bezetting van het complex 450 keer. In 1994 was dit het zelfde aantal. maar de accenten liggen momenteel iets anders. In 1988 waren er 350 activiteiten ingericht door de verenigingen KAV, KWB, KBG, Chiro en de parochiale werkgroepen en een honderd maal werd het complex verhuurd aan derden. In 1994 was dit 300 maal aan de parochiale verenigingen en werkgroepen en een 150 maal aan derden. De KAV en de KWB nemen samen de helft van de bezetting voor hun rekening. Zij wedijveren om het meeste gebruik van de zaal. En ik moet zeggen het is een nek aan nek race met een licht voordeel voor de KAV.
Dit betekent dat de Familiekring in die tien jaar zo'n 4.500 keer bezet is geweest en dit voor allerlei activiteiten, zoals: vergaderingen, feesten, kaartingen, volksdansen, yoga, maaltijden, lessenreeksen, sportactiviteiten, enz...
Dat het gebouw er nog zo mooi en verzorgd uitziet is wel te danken aan de zaalverantwoordelijke, Baudouin D’Haenens. Men zegt wel eens dat hij streng is, ik denk dat dit niet alleen goed is maar zelfs noodzakelijk. Want met zo'n drukke bezetting moet er orde en netheid heersen en moet men zich kunnen houden aan afspraken en reglementering van de zaal. Hij spendeert hier samen met zijn vrouw Simonne vele uren. Het is omdat hij het graag doet en dat hij een enorme steun krijgt van Simonne dat hij al deze energie kan opbrengen voor zijn zaal.
Wij hopen ook dat de nieuwe parochianen de weg naar de Familiekring gemakkelijk zullen vinden en dat zij er zich ook zullen thuis voelen. Mensen van de voormalige Sint-Niklaasparochie, jullie zijn hier steeds van harte welkom. Wij hopen dat wij jullie in het parochiecentrum veel, heel veel mogen ontmoeten.
Ik denk dat de hoofdgedachte bij het bouwen van dit parochiecentrum bereikt werd, namelijk een ontmoetingsplaats te zijn voor vele mensen, gelovigen, randkerkelijken en niet-kerkelijken in een geest van vriendschap en het respecteren van elkaars gedachten. Een plaats waar men na de dagtaak even kan verpozen en gemeenschap vormen.
Hopelijk kunnen wij de volgende tien jaar deze gedachte nog verder uitbouwen in een geest van samenhorigheid, medeleven en vriendschap, waar iedereen aan zijn trekken kan komen. zodat wij een echte gemeenschap kunnen vormen.

(Pater Boni) 

       

 PAROCHIEFEESTEN “Samen Tafelen”

 Ieder jaar, tijdens het tweede weekend van oktober, staat op onze agenda het parochiefeest genoteerd.
Deze feesten willen enerzijds uitdrukking geven aan onze verbondenheid, maar anderzijds willen we ook financieel sterk staan voor de vele initiatieven die op de parochie genomen worden. Onder de titel “Samen Tafelen” wordt de sterke verbondenheid van de parochianen samen met familie en vrienden sterk ervaren maar ook verstevigd, een niet onbelangrijk bindweefsel voor een parochie.

 PATER HERMAN VANDEWALLE OVERLEDEN

 Op 9 december 1994 overleed te Izegem pater Herman Vandewalle, eerste pastoor van onze parochie.
Vol dankbaarheid drukken wij hier enkele herinneringen af:

 1) Uittreksel uit de homilie tijdens de begrafenisplechtigheid van de vroegere medepastoor pater Jos Bouwens:

Het hoogtepunt van zijn leven was 1958 toen hij werd benoemd tot pastoor-stichter van de parochie O.L.V.-Middelares te Ieper. Hij was in de fleur van zijn leven en met enthousiasme bouwde hij het parochiaal leven uit: K.A.V. en K.W.B. de bond voor gepensioneerden, chiro jongens en meisjes, het kinderwelzijn en de crescendo-thuynegilde, die hem allemaal na aan het hart lagen. Hij vond in de parochiezaal “Familiekring” een vaste stek voor de toneelopvoeringen en voor sportbeoefening bouwde hij een heuse bastbalzaal. In zijn dynamisme was hij niet tegen te houden wat vaak ook tot voortvarendheid leidde en tot het nemen van beslissingen waarvan hij niet altijd de gevolgen inschatte. In 1967 werd hij overgeplaatst naar Edingen. Hij heeft Ieper wel verlaten maar nooit losgelaten.
Dit ervaren wij wanneer we in zijn eigen opgesteld gedachtenisprentje o.m. lezen: “Tot mijn laatste ademtocht wil ik mijn dank betuigen aan de Heren van de kerkfabriek van de O.L.Vrouw Middelaresparochie te Ieper om hun trouwe toewijding… Heel veel dank ook aan mijn medebroeders, familie en vrienden
En biddend lezen wij op ditzelfde gedachtenisprentje zijn geestelijk testament:

Heer, ik ben altijd bij U.
Gij houdt mij vast, uw hand in mijn hand. (Ps. 73)
Gij hebt mij het leven geschonken en het tot nu toe in stand gehouden.
Gij hebt mij op handen gedragen.
Tot uw dienst hebt Gij mij geroepen en Gij hebt mij nooit in de steek gelaten.
Daarom wil ik me steeds opnieuw aan U toevertrouwen, aan uw liefde en genade, en leven, nieuw leven, over de dood heen.



2) In de schoolkrant ’t Capucientje van de Capucienenschool lezen we in nr. 2 van jaargang 17 (schooljaar 1994-1995) een tekst van Meester Leo Delaleeuw over pater Herman. Hij typeert pater Herman op de wijze zoals velen onze eerste pastoor gekend hebben.

Pater Herman, Kapucijn, bouwer, zoeker, doordrijver: eiste op de onmogelijkste uren een chauffeur en een auto op om hem hier of daar te brengen, altijd voor een ander zoekend, werkend, vragend. Liep soms rood van colère, maar vergat het even vlug. Iedereen van de parochie herkende hem van ver want hij droeg zijn kleren in drie etages: korte regenjas, langere bruine pij en meestal met uitstekende broekspijpen, de rug lichtjes gebogen. Hij geloofde in de vermenigvuldiging van broden en vissen want met zijn bruin portemonneetje gevuld met slechts een paar vijffrankstukken kon hij een gans café trakteren….
Zoals Franciscus van Assisi met zijn eenvoudige bruine pij doorkruiste hij de provincie, bouwde hij een nieuwe parochie. Maar hij zag ook de toekomst. Hier moet een school komen! En maar vragen en zagen aan de inrichtende macht, aan de directeur van het college, ja zelfs bij politici ging hij steevast aanbellen. Tot hij uiteindelijk zijn zin kreeg… Parter Herman, nooit vergeten wij u. Misschien zullen de leerlingen van onze Capucienenschool ook wel weten dat men groot kan zijn door toch in de schaduw van het leven te blijven en die grote wet van God te kennen: “je naaste zo graag zien als jezelf.”