OECUMENE

1)  Geschiedenis: zie artikel Kerk en Leven hieronder
 Artikel  Kerk en Leven januari 2014  "Mogen allen één zijn

2)  Gesprek met Mgr. Johan Bonny

3) Christrus de Levensboom   2000 jaar christendom

4) De oecumenische werking Ieper vanuit een ppt-presentatie

5) Gebedsviering  voor de eenheid 22 januari 2017

MOGEN ALLEN EEN ZIJN

 Zondag a.s. 24 januari 2014 om 17.00 uur is er een oecumenische gebedsdienst in de kerk van de Sint-Piertersparochie, een vervolg op een lange oecumenische traditie in Ieper.
Voor deze gelegenheid vragen we aan Ghislain Lacante, voorzitter van de werkgroep, wat oecumene betekent in Ieper.

 GL: In de beginjaren ’80 van de vorige eeuw begon er te Ieper een oecumenische geest te waaien. Wijlen journalist Omer Linseele kon om professionele redenen contacten leggen met het Anglicaanse bisdom Lincoln in Groot-Brittannië. Lincoln had en heeft nog steeds goede banden met ons bisdom. Een delegatie uit Lincoln kwam toen, op uitnodiging van onze bisschop, naar ons bisdom en Omer kon het verkrijgen dat zij ook naar Ieper op bezoek kwamen. Tijdens de bidweek voor de eenheid, traditiegetrouw is dit de derde week van januari, wilde Omer een oecumenische viering verzorgen in zijn parochiekerk: O.L.V.-Middelares. Vermits te Ieper - door zijn oorlogsverleden - er een Anglicaanse kerkgemeenschap is, vond men de binding met de Anglicaanse kapelaan als vanzelfsprekend. Maar waarom dan ook niet meteen een uitnodiging naar de protestantse kerkgemeenschap (met kerk in de Beluikstraat) en  naar de orthodoxe kerkgemeenschap met Vader Pius Pauwelyn uit Ieper, als voorganger? Zo ontstond een traditie om ieder jaar tijdens de gebedsweek voor de eenheid onder de christenen, een oecumenische viering te houden met katholieken, anglicanen, protestanten en orthodoxen. Immers oecumene betekent: het streven naar volkomen eenheid tussen alle christelijke kerkgemeenschap over de ganse wereld. 

K&L: Is het moeilijk om met die verschillende voorgangers aan een eenheidsgedachte te werken?

Hoewel de viering voor eenheid tijdens de gebedweek druk bijgewoond werd en de voorgangers  uit vier verschillende kerken dan ook hun best deden, elk op eigen wijze en typisch voor hun kerk, voelden we aan dat er een lange weg zou moeten afgelegd worden om tot echte en hechte eenheid te komen. 

K&L: Je zegt “typisch voor hun kerk”. Zijn de verschillen dan zo groot en hoe kan men dan samen werken?

Je weet dat in de loop van de kerkgeschiedenis er christene kerkgemeenschappen hun eigen weg zijn beginnen wandelen. Ze scheurden los van Rome en dit om diverse redenen. Dit ging jammer genoeg vaak gepaard met bloedige oorlogen. Elke kerkgemeenschap wou andere accenten leggen, andere gewoontes inbouwen, enz. Zo zijn b.v. het gebruik van veel symbolen en heiligenbeelden weinig of niet te zien in een protestantse kerk. Daarentegen leggen zij dan veel meer de nadruk op de bijbelkennis wat bij de katholieken vele jaren niet kon en zelfs niet mocht.

Bij de orthodoxe kerk, die meer aanleunt bij het oosten, vinden we dan juist wel veel symboliek  en een uitgebreide liturgie met sterke verering naar God. Een palet van allemaal waardevolle invalshoeken. Wanneer we een viering met deze vier kerken voorbereiden moeten we dus tot een overeenkomst komen waarbij iedere kerkgemeenschap zich wat kan “thuis” voelen. Dit is een goede oefening om in respect voor elkaar te leren zoeken naar eenheid en een naar elkaar toegroeien mogelijk te maken. Eenheid in verscheidenheid! 

K&L: Is de oecumenische werking van Ieper nog altijd een gemeenschap van louter voorgangers?

Stilaan groeide het inzicht dat wij christenen: anglicanen, katholieken, orthodoxen en protestanten aan iedereen mocht laten aanvoelen wat die waarde van eenheid onder de christenen dan wel kan betekenen. In het begin was dat niet gemakkelijk. Zowel voorgangers als hun leden stonden al eens met vragen van: “hoe ver kunnen wij hier in meestappen?” Er is een zeker te begrijpen wantrouwen durfde al eens roet in het eten te gooien. Doch het bidden tot Gods Geest bleef niet onbeantwoord en de goede wil bij een ieder om liever bruggen te bouwen dan voorts muren op te trekken zorgden ervoor dat de oecumenische gedachte steeds maar groeide.

Langzaam maar zeker groeiden tal van initiatieven uit tot oecumenische gebeurtenissen. Denk maar aan de boetetocht op Goede Vrijdag, de evensong in de Anglicaanse kerk (eerste zondag van de advent), de gebedsdienst tijdens de bidweek, de gebedsmomenten onder de Menenpoort, de gezamenlijke vieringen in elkaars kerk n.a.v. jubilea, of inzegeningen gebouwen, de voorstelling van de nieuwe bijbelvertaling, enz. Als je in Kerk en Leven kijkt zie je talrijke uitnodigingen hiervoor en ook voor de bijbelrondes die doorgaan in de protestantse kerk in de Beluikstraat o.l.v. ds Henk van Andel en priester Noë Clarysse. 

K&L  Een en ander vraagt toch om een vast kader om al die initiatieven te kunnen uitwerken?

Stilaan is er een oecumenische werkgroep ontstaan. Voor de anglicanen is dat de kapelaan Reverend Canon Ray Jones soms bijgestaan door een churchwarden. Voor de katholieken: de deken, pater Boni, priester Noë. Voor de protestanten: ds. Henk van Andel en emeritus ds. Erik Libbrecht. Voor de orthodoxen: vader Pius Pauwelyn. Ghislain Lacante mag sinds 2001 het voorzitterschap waarnemen. De groep vergadert 3 à 4 keer per jaar maar daarnaast gaan ze ook samen op stap voor studiemomenten. In 2003 bezochten zij de Wereldraad van Kerken te Genève. In 2006 hadden ze te Rome heel wat oecumenische contacten, o.a. met Mgr. Johan Bonny die toen lid was van de pauselijke raad voor de eenheid en thans bisschop van Antwerpen. We bezochten het bijbelhuis in de abdij van Zevenkerken en vorig jaar reden we naar Nijmegen naar de Heilig Landstichting, het museum Oriëntalis.  We durven ook contacten leggen met andere godsdiensten zoals de Islam waarbij we in 2005 te gast waren in Genk. Daarnaast schuwen we geen studiemomenten. Momenteel bespreken we het boekje: “Een handboek voor de spirituele oecumene” van Kardinaal Walter Kasper. 

K&L  Zoekt de werkgroep ook naar kansen bij andersgezinden? En men zegt wel eens dat onze jeugd niet meer geïnteresseerd is in de kerk.

Heel zeker en heel duidelijk zelfs. Is het niet buitengewoon wanneer b.v. onder de Menenpoort toespraken gehouden worden over oorlog en vrede, ook door niet-gelovigen, christenen duidelijk laten zien dat ze de strijdbijl begraven hebben, dat zij als voorbeeld hierin willen voorgaan?

Sinds een drietal jaar worden we telkens de eerste zondag van augustus uitgenodigd om aan het monument van koning Albert I te Nieuwpoort voor te gaan met een oecumenische gebedsdienst. We krijgen daar achteraf zeer lovende woorden over, en nog het eerst van “zij van wie je niet zou verwachten”.

Wat de jongeren betreft: We stuurden een voorstel naar alle secundaire scholen te Ieper. Welnu het is reeds enkele jaren een goede gewoonte geworden dat wij met de vier verschillende voorgangers getuigenis afleggen in het Lyceum O.L.V.-ter-Nieuwe-Plant en eveneens in de gemeenschapsschool meer bepaald het KTA te Ieper. 

K&L: Bestaat het gevaar niet dat gezien wij hier met de katholieken toch in de meerderheid zijn, er geen drang naar dominantie is of naar het idee dat wij de enige ware en juiste kerk zijn?

Dat is zeker een gegeven waar rekening moet mee gehouden worden. Maar elders in de wereld kan dat juist andersom zijn, kijk maar naar onze noorderburen. Als men in eerbied voor elkaars eigenheid en elkaars talenten ieder naar waarde weet te schatten groeien we naar echte vriendschap en respect voor elkaar. Bij echte vrienden is er geen plaats voor dominantie. De inmiddels gegroeide vriendschap bij deze voorgangers willen we ook laten afstralen op alle christenen, maar ook niet-christenen en anders gelovigen. Ik eindig met een citaat van Mgr. Jozef De Kesel (artikel in Kerk en Leven nr. 53, 30 december 2009, p.9) “In de oecumene ligt het accent op broederschap en dat zal zich in de toekomst zeker nog meer ontwikkelen.”

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 2) GESPREK MET MGR JOHAN BONNY

  
a) Eerst een stukje geschiedenis (ontstaan van een pauselijke raad voor de oecumene)

 N.a.v. het bezoek van de Ieperse oecumenische werkgroep aan Mgr Johan Bonny te Rome, september 2006
Hieronder een samenvattend verslag van ons gesprek met Mgr Johan Bonny

Als je op het Sint-Pietersplein staat, aan de rechterkant, dan zie je een grote blok.
Heel die blok is het apostolisch paleis.
Daarin huizen al de diensten die onmiddellijk verbonden zijn met de paus.
Grof gezegd, hetgeen wat je elders zou noemen: het ministerie van binnenlandse zaken en het ministerie van buitenlandse zaken.
Daarin zitten dus de bureaus van alles wat onmiddellijk te maken heeft met het dagelijks leven van de Kerk, intern, maar ook de diensten die betrekking hebben met de staten en alle buitenlandse problemen.
. Alle andere departementen zitten verspreid in de stad.
Dat zit dus niet op één grote campus samen, nee dat zit verspreid o.a. in heel wat gebouwen hier in de buurt van het vaticaan.
Je hebt nog gebouwen links en rechts, vb. San Calisto, dit is ook een groot complex in Trastevere. Dan andere zitten in de stad verspreid. 

Dat zit dus niet op één grote campus samen, nee dat zit verspreid o.a. in heel wat gebouwen hier in de buurt van het vaticaan.
Je hebt nog gebouwen links en rechts, vb. San Calisto, dit is ook een groot complex in Trastevere. Dan andere zitten in de stad verspreid.
Binnen die departementen heb je twee categorieën: de congregaties en de pauselijke raden. 

Die congregaties, die zijn allemaal juridisch verantwoordelijk voor een bepaald onderdeel van het leven van de Kerk, zoals de clerus, de religieuzen, katholiek onderwijs, de sacramenten, … die zijn allemaal gesticht ongeveer na het concilie van Trente in de tweede helft van de jaren 1600.

Dan heb je de tweede categorie: de pauselijke raden, en die zijn goed als allemaal gesticht na het tweede Vaticaans concilie.
Dat is dus minstens drie eeuwen later.
Die zijn meer bedoeld om bepaalde domeinen van de Kerk te animeren en te coördineren.
Pauselijke raden hebben geen beleidsverantwoordelijkheid of toch weinig, alleen een coördinatiefunctie binnen de Kerk.
De pauselijke raad voor de eenheid onder de christenen,  ging dus werkelijk samen met een wezenlijke bedoeling van het tweede Vaticaanse concilie.
Van zodra Johannes XXIII het concilie aankondigde, wilde hij dat het concilie ook zou werken aan de oecumene. 

Op dat moment was dat nieuw omdat de katholieke kerk op haar geheel officieel buiten de oecumenische beweging gebleven was.
Toch moet je dat wat nuanceren, want er waren wel hier en daar katholieken bezig met oecumene en er waren ook kleine katholieke denkgroepjes bezig, maar er was eigenlijk geen officieel engagement van de Kerk.
Het was niet geöfficialiseerd.
De paus besliste dat er moest gewerkt worden aan de oecumene,
maar hij had toen geen enkel officieel apparaat ter beschikking daarvoor,
geeneen faculteit, geen groep van bisschoppen, geen theologen,
en dus moet men een aantal personen naar Rome brengen die wel met oecumene bezig waren, vnl. vanuit onze kant van West-Europa, dus Nederland, België, Frankrijk en Duitsland.

 
 
Wie waren daar o.a. bij?
De kardinaal Willebrands, die in augustus 2006 gestorven is, 96 jaar oud,
dan monniken uit Chevetogne, van bij ons dus, zoals Emmanuel Lam omdat die ervaring hadden met de orthodoxe kerken.
Dan een paar theologen zoals Congard in Frankrijk, die ook al gepubliceerd had over de oecumene.
Dit waren  verspreide personen die wel al met elkaar contact hadden maar nog niet officieel iets konden ondernemen. En die hebben ze dan, beetje bij beetje, naar Rome gehaald om hier een eerste werkgroep te stichten. 

Hun eerste taak is dan geweest om in het concilie al de – dat was ook nieuw – vertegenwoordigers van andere Kerken te begeleiden.
Dus om dat wat vorm te geven had men beslist dat al de Kerken die het wilden in oost en west een officiële delegatie mochten sturen als waarnemer.
Dat is wat traag op gang gekomen maar die groep is dan in de loop van het concilie gegroeid.

Ik denk dat ze begonnen zijn met een dertigtal en eindigden met meer dan 50.
Maar die groep moest dus begeleid worden want men kon toch niet zeggen: “kijk er is hier nu een stoel en een pauselijke raad en trek nu maar uw plan”.

Er  moest daar ook iets mee gebeuren.
Daarom werd begonnen met een agenda op testellen: die groep had elke week een vergadering met al die vertegenwoordigers - die nota bene ook toegang hadden tot alle vergaderingen van het concilie,  en kregen alzo ook alle documenten en werkschema’s van het concilie in handen dus ook alle papieren en documenten die circuleerden onder de bisschoppen. 

De leden van de pauselijke raad voor oecumene  hadden geen officieel spreekrecht,
zij moesten spreken door hun bisschop. 
Dat moesten eigenlijk alle andere katholieke theologen ook,
er mocht niemand spreken behalve de bisschop,
dat wil dus zeggen dat ze ergens een bisschop tot spreekbuis moesten maken.
Dat was ook zo voor onze faculteiten, voor onze professoren.
Voor ons werd dat de bisschop van Brugge, mgr De Smedt.
Hij heeft  het leeuwenwerk verzet om in het concilie het gedachtegoed van Protestanten en Anglicanen en Orthodoxen ter sprake te brengen.
In die zin hebben de vertegenwoordigers van andere Kerken een reële inpakt gehad op de redactie van een aantal belangrijke documenten van het concilie. 

Deze bisschoppen, hebben ooit meegeholpen aan de formulering van Lumen Gentium, waar nota bene de Belgen de pen in de hand hadden.
Ze hebben die redactie toch mee bepaald. Vb. Over de verhouding tussen schrift en traditie in de Kerk, theologie rond het woord Gods, waar het Woord dat tot ons komt door de schrift en door de traditie.
De Protestanten hebben daar vnl aan mee gewerkt. 
Dan kwam het decreet over de oeucmene “Unitatis integratio” met twee belangrijke hoofdstukken over de verhouding met de Kerk in het oosten en de verhouding met de Kerk in het westen.
Dus die waarnemers hebben daarin ook mee hun zeg gedaan.
Dat is dus eigenlijk het eerste grote oecumenische werk geweest en dat was af op het einde van het concilie. 

Dat was het grote punt, als men dat oecumenisch engagement wilde concretiseren,
ja dan moest er ergens ook een werkgroep zijn om heel die trein ergens op gang te brengen.
En na het concilie rijdende te houden.
Dan heeft de paus beslist diezelfde groep in Rome te houden en heeft er nog een aantal mensen aan toegevoegd
Het werd definitief de pauselijke raad voor de oecumene.

 In dezelfde reeks als pauselijke raad voor familie, pauselijke raad voor de media, pauselijke raad voor de gezondheidszorg, pauselijke raad voor de interreligieuze dialoog. 
Eerst was er   kardinaal Bea  die de pauselijke raad voorzat.
 Vrij kort daarna werd hij opgevolgd door Willebrands, die eigenlijk de man was die al vóór het concilie de oecumene ter sprake bracht en die toen al in feite al het meest werk deed voor oecumene.
Willebrands , die hier begonnen is als priester werd dan later secretaris voor de bisschop Bea En dus na het overlijden van Bea is hij dan de tweede president geworden en kardinaal. 

Hij is dat gebleven tot in het jaar 1989.
Dan is de derde man gekomen, de Australische kardinaal Cassidy tot in 2001.
En vanaf 2001 is het de beurt aan een Duitse kardinaal Walter Kasper, die ruim 10 jaar bisschop geweest was van Stutgart
Hij had dus ook pastorale ervaring en is dan door paus Johannes Paulus II hier benoemd geweest, eerst als de nummer twee voor een jaar of twee en heeft dan Cassidy opgevolgd als president.
Er staat dus een kardinaal aan het hoofd en dan de nummer twee in pauselijke raad is meestal een bisschop dat is nu een Ierse bisschop, Farrell. Zij vormen samen de top.
We werken in feite voortdurend samen in twee ploegen, twee afdelingen als je wilt, de ene met betrekking tot de kerken in het oosten en de andere in het westen.
Voor het oosten zijn we met vier, voor het westen een stuk of zes, zodanig dat samen met de kardinaal, de bisschop en de actieve stafleden een dozijn vormen.

b) Een kort luikje over de westerse kerken 

Om eerst een woord te zeggen over het westen.
Met welke westerse kerken kunnen we samen oecumene vormen? 

a) We hebben in de eerste plaats heel wat contacten met kerken en of afdelingen  die min of meer uit de reformatie zijn voortgekomen.

Dus heel het spectrum van – laat ons zeggen – dichter bij katholieken dan verder af van de katholieken.

De Anglicanen, Lutheranen, Gereformeerden, Pentecostalchurches, Disciples of Christ,

de in Amerika protestantse kerken, Evangelical churches, 

 

b) Maar er zijn ook contacten die eigenlijk geen officiële dialogen zijn,

vb met de Baptists, ..  dus dat beslaat heel dat spectrum van kerken die nog meer evangelische kerken zijn.
In principe weigeren wij geen enkel contact noch dialoog, tenzij met realiteiten die niet meer christelijk zijn.

Waar trekken we de grens?
Die zit tussen Kerken en sekten.

Zo hebben we geen contact met:

a) De sekten

Sekten vallen dus hier volledig buiten. vb. met Moon of Jehovahs, of Mormonen b.v. ,
dus wat niet meer christelijk is, daar hebben wij geen contact mee. 

b) Waar we ook geen contact mee hebben is met niet-canonieke groepen in andere kerken, zoals wij die ook hebben. Dus ook niet  b.v. met niet-canonieke fracties uit oosterse Kerken.
(Canoniek: wat afkomstig is uit erkende Bijbelboeken.) 

c) We hebben ook geen contact met scheurgroepen uit bepaalde Protestantse Kerken.
Dus op het officieel niveau kan je alleen maar met officiële Kerken en officiële instanties praten.
Je  kunt niet tegen hiërarchieën van andere Kerken in met groepen beginnen zaken doen. 

d) Uiteraard zijn de andere godsdiensten (Islam, Jodendom, Hindoeïsme,…) eveneens  een ander departement. 

e) Waar we ook geen contacten mee hebben dat zijn de zgn. scheurgroepen die nog steeds als scheurgroepen in de katholieke kerk of buiten de katholieke kerk gezien worden,

vb. “Lefèvre” , dat is nog altijd geen oecumene.
Deze groepen zitten nog altijd in de congregatie voor staatssecretariaat en de congregatie voor de geloofsleer en wordt nog altijd beschouwd als een onopgelost probleem binnen de katholieke Kerk.

 Het criterium voor ons is min of meer hetzelfde als in de wereldraad van kerken. 
Het moet christelijk zijn, maar dan is natuurlijk weer de vraag “wat is niet meer christelijk?”.

En zoals reeds gezegd alle niet-canonieke groepen:

Dus de Mormonen hebben de revelaties van Mormel – 16de eeuw – dat zijn andere revelaties, openbaringsbronnen, dan de klassieke canon.

Er zijn wel een aantal varianten geweest tussen katholieken en protestanten, denk aan de brief aan de Hebreeuwen, maar dat zijn bijkomstigheden. 

In de wereldraad van kerken  zit men daar ergens mee, want dat is altijd zo, als je iemand binnen haalt … hoe krijg je die dan weer buiten?

Mormomen is het zelfde geweest. Men heeft op een bepaald ogenblik in de wereldraad van kerken het doopsel van de Mormonen erkend. Tot men vraagt wie is Vader, wie is Zoon en wie is H. Geest? En het zijn ook andere. Dan heeft op een bepaald moment de geloofsleer moeten beslissen, ja wij kunnen dat hier niet beschouwen als een christelijk doopsel. Omdat voor ons de voorwaarde is: het moet een doopsel zijn met water en met de aanroeping van de Triniteit.

Als dan blijkt dat Vader, Zoon en Geest voor bepaalde kerken een totaal andere inhoud heeft,
of dat de definitie van die inhoud op totaal andere bronnen berust, en wat wij als christenen toch als gemeenschappelijke traditie beschouwen, …
 

 

c) Het luikje over de oosterse kerken

Er zijn een groot aantal soorten, die we toch in 2 gezamenlijke groepen kunnen onderbrengen. 

Het eerste grote onderscheid daar is de (pre)calcedonische kerken en de orthodoxe kerken.

Je hebt de twee soorten. 

1) De precalcedonische kerken gaan terug op het concilie van Calcedon, 451.
Deze oosterse kerken aanvaarden dus de besluiten van het concile van Calcedon 

2) Dan heb je een aantal kerken uit het oost-romeinse rijk, de oostkant van het oosten.
Die hebben toen geweigerd om een aantal definities van Calcedon te aanvaarden.
En waarom aanvaardden zij de definities niet? Wat zit hun dwars?
Dat was de kwestie over de twee-een persoon, twee naturen, is Christus god en terzelfdertijd mens,   voor hen schiepen die termen verwarring.
En een dubbele verwarring. 

3) Dus je hebt er dan onder degene die Calcedon niet aanvaarden nog eens twee soorten: de ene legden de volle nadruk op de 2 naturen maar konden de eenheid van die 2 naturen  niet meer uitleggen.
Dat waren dan de nestorianen zoals men zei, die het concilie van Efeze niet aanvaard hebben. 

4) En dan hebt ge de grootste groep, die zeggen je kunt toch niet spreken over Christus en mens want Jezus was één, dus één natuur, wel helemaal menselijk  helemaal goddelijk, één persoon één natuur. Dan was de vraag natuurlijk hoe denk je dan in die éne natuur de volle goddelijkheid en de volle menselijkheid tesamen? Het risico was dan de menselijkheid verdween, opgeslorpt werd in de goddelijkheid, zoals suiker in de koffie. En dus dat men de goddelijkheid zo hoog plaatste dan alle menselijkheid verdween.
Om zeer verschillende redenen en los van mekaar ging dat dan over de kerken: de koptische kerken in Egypte, de Ethiopische kerk voor Ethiopië, de Eritreasche kerk in Eritrea, … dat zijn er drie die voorkomen in de geschiedenis voortkomen uit het oude Patriarchaat van Alexandrië.

5) Dan heb je de Syrisch-orthodoxe kerk, voor Libanon en Syrië, dat is een kerk die zeer sterk gemissioneerd heeft tot in Afghanistan tot in China, daar zijn ze nu wel verdwenen, maar ook gemissioneerd tot in het uiterste zuidelijke puntje van India. 

6) En daar zit de Malankaarse kerk, Malankaars orthodox en is een soort ‘filiale’ en niet zonder spanning, filiale van de Syrisch-orthodoxe kerk. 

7) Dan heb je nog de Armeense kerk, die sinds een paar eeuwen twee hoofden heeft, dus één in Armenië en één in Libanon en dit door historische omstandigheden.

Dus in feiten zeven kerken die min of meer autonoom zijn en als gemeenschappelijk element hebben de niet aanvaarding van het concile van Calcedon.
Dit is dus een eerste grote groep.

 In de terminologie is dat zeer wisselend, soms worden die genoemd Oriëntal Orthodox of oud-oosterse-kerken of pre-caldeconische kerken of niet-calcedonische kerken. Binnen de raad hier ben ik verantwoordelijk voor de dialogen en contacten met die kerken. Dus mijn basispakket, mijn eerste pakket, zijn mijn contacten met die specifieke kerken. Geografisch het midden-oosten en wat er rond ligt, tot in Indië.
En dan de andere dialoog binnen het oosten is heel de groep wat men meestal kortaf noemt de orthodoxe kerken.

Dit zijn de kerken in communio met Constantinopel of de Byzantijnse kerken, de kerken in Centraal, Zuid en Oost-Europa, dus heel die groep.

En dan de andere dialoog binnen het oosten is heel de groep wat men meestal kortaf noemt de orthodoxe kerken.
Dit zijn de kerken in communio met Constantinopel of de Byzantijnse kerken, de kerken in Centraal, Zuid en Oost-Europa, dus heel die groep.

Die tweede groep komt voort uit het wat men dan noemt het chisma van 1054. Dus er zit daar 600 jaar verschil tussen die twee chisma’s, het ene is 451 en het andere 1054.
Nu met de orthodoxe kerken hebben we wat de dialogen betreft één grote dialoog tussen het geheel van de katholieke kerk en het geheel van die orthodoxe kerk.
De dialoog is begonnen in de jaren ’80, heeft drie goeie zittingen gehad in de jaren ’80.

Toen in 1989 de muur en meteen ook het communisme ten val kwam,
maakte deze groep kerken een ernstig breekpunt mee of was de val van de muur althans voor hen een het begin van een zeer moeilijke periode.

 Wat in feite een soort van een bevrijding had moeten inluiden en een nieuwe en betere relatie tussen de orthodoxe kerken in centraal-Europa is de val van het communiseme eerder het begin geweest van een nieuw pijnpunt of een nieuw conflict.
Want was er gebeurd?
Tijdens het communisme vanaf de Stalinperiode waren deze orthodoxe kerken zwaar vervolgd geweest en leefden de meeste gelovigen in kleine parochiale groepjes ondergedoken. Bijna al deze afzonderlijke kerkjes wisten van elkaars bestaan niet af.
Maar doordat ze geen voeling noch contact meer hadden met elkaar en veelal ook niet met de patricharchen, begonnen ze elk een beetje een eigen stijl te vormen. Sommige bleven heel sterk conservatief de lijn van Constantinopel volgen, terwijl anderen een meer eigen koers gingen varen.

Nu krijgen ze ineens hun vrijheid terug, komen overal weer openlijk kerk vormen.
Maar om zich opnieuw te organiseren zoals vóór het Stalintijdperk, dat was natuurlijk nu erg moeilijk geworden.

 Kan er dan een gesprek tussen de orthodoxe kerk in het oosten en de pauselijke raad voor de oecumene weer op gang komen?

 Verschillende factoren moeten eerst overwonnen worden, ik geef twee dingen aan
 

1) Eén, gewoon het tijdsverloop.

Mensen met zicht op de zaak, die de moeilijkheden bij die oosterse orthodoxe kerken al vlug door hadden zeiden al kort na de val van de muur:  “vergeet die dialoog voor 20 jaar. Eerst moet er terug rust komen in het oosten.

Je moet er minstens 20 jaar laten over heen gaan.
Die kerken moet je nu – na de val van het communisme – 20 tot 30 jaar rust geven om eerst de catastrofe van het communisme te overwinnen, zo dat de parochies rustig met zichzelf kunnen bezig zijn en alles opnieuw wat opnieuw gaan ordenen en organiseren.”
Die hadden dus al die tijd en energie nodig voor zichzelf.
Als je zoveel interne problemen te bespreken en te regelen hebt, staat je hoofd niet op andere dingen en al zeker niet op oecumene-kwesties.
Bovendien dat herstructureren bracht mee dat elke orhodoxe kerk met zichzelf bezig was en niet met het algemeen belang van de orthodoxie.
De Russen waren bezig met Rusland, de Roemenen met Roemenië, de Bulgaren met Bulgarije, … allemaal de katten in hun eigen huis te geselen.
Dat wil ook zeggen dat de verhoudingen tussen al die kerken  niet goed waren.
Dus al de tijd en energie hadden ze nodig voor eigen zaken, wat begrijpelijk is.

 Twee,

Als wij samen in een vergadering zitten met 14 of  15 orthodoxe Kerken, en er is één die zegt voor mij is dit of dat niet aanvaardbaar, dan is er niets gebeurd.
Maar de absolute consensus is een onwerkbare hypothese.
Als je niet kunt werken met een relatieve of een absolute meerderheid, hangt heel je gebouw aan het zwakste schakeltje van de Kerk.

Er moet dus vroeg of laat een concilie voor hen kunnen doorgaan,

iets analoogs aan wat bij ons gebeurd is tijdens het tweede Vaticaans concilie om een aantal kwesties samen te leveren en ergens in een aanvaardbare vorm te gieten,
een gemeenschappelijke canon te geven, dat er ergens een platform is.

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

d) Nog een woordje over het geheel van ons werk, wat wij doen hier.

 1) Pausbezoek voorbereiden

Het gaat om oecumene dat onmiddellijk verband houdt met de affiniteit van de paus.

Dus als de paus op bezoek gaat naar Constantinopel, een luik van dat programma zijn dus oecumenische ontmoetingen, welnu wij moeten dat voorbereiden. Concreet: overleggen wie hij zal ontmoeten, wie hij niet zal ontmoeten, wat hij zal zeggen, wat hij niet zal zeggen, wat ze daar zullen doen, dat dit ook op elkaar afgestemd is. Of als er een patriarch of een delegatie van de Anglicanen of de aartsbisschop van Canterburry komt naar hier dus dat mee begeleiden, gesprekken voorbereiden, met hen meegaan, of als er liturgieën zijn dat organiseren en zo. Strikt gezien dus, het oecumenische luikje in het werk van de paus.

 2) Advies geven

Dan heb je de andere departementen van het vaticaan die soms met oecumenische kwesties te maken krijgen en om advies vragen. Dat  kan dus heel concreet zijn.

vb. De Jezuieten, de Dominicanen willen ergens een universiteit stichten in een bepaalde stad waar hetzij Lutheranen, Anglicanen of Orthodoxen daar hun klooster hebben, ons de vraag stellen of het opportuun is om dat daar te doen. We willen een universiteit, waar stichten we die? Of waar stichten we die niet?

De raad voor de synode van de bisschoppen, als er bisschoppensynodie is in Rome worden altijd vertegenwoordigers van andere Kerken uitgenodigd, west en oost, wij stellen een lijst samen wie mag uitgenodigd worden, en als ze hier zijn, begeleiden we die.

3) De wereldjongerendagen

Als de wereldjongerendagen plaats hebben zoals in Keulen, kan er een groep jongeren van andere Kerken uitgenodigd worden en dan kijken we uit wie we daarvoor kunnen contacteren om aan een passende groep jongeren te geraken. Een hoofd van een ander departement brengt b.v. een bezoek aan katholieken in Roemenië. Dan kan hij ons vragen: terwijl ik daar ben kan ik ook een bezoek brengen aan de orthodoxe Kerk? Wie kan ik bezoeken? Dan zeggen wij: ga naar die bisschop of ga naar die patriarch. Het hoofd van de interreligieuze dialoog gaat naar Kaïro, vraagt men ons of er suggesties zijn om b.v. een bezoek te brengen aan de koptische patriarch. Wij weten dus het kanaal hoe hij daar kan ontvangen worden.

 4) Soms wat conflictbemiddeling

dan krijgen we een plaatselijk conflict doorgespeeld naar hier. Als dat conflict gaat tussen verantwoordelijken of tussen bisschoppen of verantwoordelijken van Kerk …vb een katholieke bisschop neemt een beslissing die door andere Kerken niet te nemen zijn, of dat hij  iets gezegd heeft dat problemen veroorzaakt, dat komt dat soms eens naar hier terecht. Maar meestal kunnen wij aan plaatselijke situaties zeer weinig doen. Dan kan je wel een tip geven aan iemand ter plaatse of een bemiddelaar ter plaatse suggereren, of een bemiddelaar sturren maar daarvoor staat Rome te ver af van het concrete leven.
Zo had men in Oekraïne gedacht dat Rome ging kunnen bemiddelen tussen de spanningen tussen Grieks-katholieken (die meer geneigd zijn om oecumenisch samen te werken) en Orthodoxen, maar … als in die twee groepen nationalistisch hun bloed kookt dan mag je daar nog zoveel water op spuiten als je wilt… daar kun je niks aan doen.

 5) Contacten houden met plaatselijke oecumenische werkgroepen

Wij proberen ook in contact te blijven met oecumene op het plaatselijke niveau voor zover als je dat dat kan
Plaatselijk, dan bedoel ik daarmee meestal de bisschoppenconferenties.
De katholieke bisschoppen komen om de 5 jaar in groepjes bijeen en dan krijgen we daaruit informatie van de bisschoppen wat hun problemen zijn in hun land.
Wij kunnen daar informatie uit opdoen en zij vragen ons soms advies.
Er zijn ook regionale oecumenische body's, dan volgen wij die regionale organismen op. Plaatselijke commissies zijn dan alleen maar af en toe een keer, maar eigenlijk komen we daar weinig mee in contact. Je kan dat een keer doen. Dit is eigenlijk toevertrouwd aan de plaatselijke bisschoppen.
Wij proberen wel wat te volgen wat er plaatselijk gebeurt en daar indien nodig impulsen aan te geven.

 6) De basisdocumenten van Vaticanum 2 doen ingang krijgen.

Wat ook hier de verantwoordelijkheid van de raad is, is algemene lijnen trekken in de katholieke oecumene. De basisdocumenten van het 2de Vaticaanse concilie, dat is vrij breed, dan moet je aantal kwesties ergens een lijn trekken dat beantwoordt aan ons geloof en de leer van de katholieke Kerk en toch tegemoet komt aan plaatselijke realiteiten. En op een manier dat je ergens een middenweg hebt wel wetenden dat er daar links en rechts nog van zal afgeweken worden.
Daarvoor is er een directorium gemaakt in de jaren 90, directorium voor de toepassing van de katholieke leer over de oecumene en de katholieke norm in concrete situaties.

En dan gaat dat zowel op het gebied van de vorming van de clerus en van de leken, universiteiten, samenwerking op het gebied van evangelisatie van media van rechtvaardigheid en vrede, kwesties verbonden aan de sacramenten, wederzijdse erkenning van het doopsel, gemengde huwelijken, procedures daarvoor, eucharistie en de situaties waarin eucharistische communio kan of niet kan, de manier waarop katholieke pastores kunnen aanwezig zijn in de sacramentele vieringen van andere Kerken, dit alles kan hier verduidelijkt worden als algemene norm. Dus om te maken dat ergens dat engagement gestalte krijgt en min of meer een harmonische gestalte dat dat ook niet langs tien verschillende en tegenstrijdige manieren zou gebeuren.

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

e) En dan de grote vragen in de verscheidenheid: (en de daarbij gepaard gaande

moeilijkheden om tot eenheid te kunnen komen.

Of anders geformuleerd: welke zijn zo een beetje de grootste struikelblokken om   tot eenheid te kunnen komen?

 

1) Theologie

De grote vragen blijven theologische vragen. Als je nu zegt "eenheid" maar welke eenheid heeft Jezus gewild voor  zijn Kerk? Wat is die eenheid? Wat sluit je noodzakelijk in? Wat sluit je best in? En wat sluit je eventueel niet in? Wat zijn dingen die je kunt overlaten aan de cultuur …? Als je zegt de sacramenten, wat zijn ze? Wij hebben de 7 sacramenten.

Een aantal protestantse Kerken hebben er 2 of 3.

 2) Sacramenten

Dan evolueert ook de notie van sacrament. Wat zijn die sacramenten?
Wat is het fundament om bij alle kerken te kunnen spreken van een sacrament?
Het fundament in bijbel, het fundament in traditie.
Wat is het respectieve gewicht van die twee? Wat doe je daar vandaag mee?
Als wij spreken van sacramenten met een volledige communio, dan zijn dat de niveaus die wij katholieken hanteren,
volle communio is volle communio op het vlak van het geloof, van de sacramenten en de sacramentele bediening en van het apostolische ambt.
Maar als we het hebben over het vlak van het geloof: Wat kunnen we met alle kerken samen als geloofsinhoud bepalen? Kunnen we ooit komen tot credo in gemeenschap?
Als een gemeenschappelijk credo samenstellen al zo moeilijk is, dan is het voor sacramenten toch nog even complexer.
En hoe kun je dan die eenheid bereiken?
Impliceert dat dan dat uiteindelijk elke Kerk 7 sacramenten heeft?
Of kun je daar op een verstandige manier het onderscheid toepassen tussen de sacramenten van eerste belang voor het heil, en andere die meer zijn voor het beleven.. 
Een sacrament als het doopsel is absoluut noodzakelijk voor het heil.
Ziekenzalving sterkt het christelijke leven in bepaalde fase van het leven of van het sterven en heeft toch een andere heilsnoodzakelijkheid dan het doopsel.
En dus die analogie binnen die 7 sacramenten wat kan je daarmee doen in een oecumenische context?

3) Ambt

En dan zijn er de vragen naar het apostolische ambt:
Wij hebben een drievoudig ambt van diaken – priester – bisschop.
Een bisschop die in episcopale structuren voor ons in wezen van de Kerk behoort.
Andere Kerken hebben die ook zoals de Anglicanen en Orthodoxen.
Maar weer andere Kerken dan niet meer. Maar wat is het ambt in de Kerk?
Wat is dan het fundament? …fundament in Schrift en Traditie van dat bisschopsambt en hoe kan je daarin naar mekaar toegroeien?
Ga je dan verder dan kom je aan het primaatschap van de paus.  

4) Primaatschap

Wat is het fundament van dat primaatschap? Men zal redelijk aanvaarden dat het goed is dat er in de Kerk in een mondialisering die toch toeneemt ergens een gezicht is dat de christenen vertegenwoordigt. Als Kerken niet die man of die vrouw scheppen, dan zullen de media die wel scheppen. Er zit daar iets onvermijdelijks in. Maar goed dat moeten wij uitklaren.
Heeft Jezus gewild ja of nee dat die paus stem en gezicht zou zijn van die ene Kerk?
Die ene Body van Jezus Christus? En wat heeft dat dan te maken met de bisschop van Rome? En als we dan nog zouden zeggen, zoals in de orthodoxie, is er een platform, als men zegt dat als de Kerk ooit één gezicht nodig heeft dan is er eigenlijk maar één kandidaat sinds oude concilie de bisschop van Rome. Maar wat moet dan de effectieve macht zijn van die bisschop van Rome in de plaatselijke Kerken? Dat zijn dan weer theologische vragen in kerk eenheid verscheidenheid, de uitoefening van het apostolische ambt ter plaatse of universeel, en dan raak je theologie, canoniek recht…

5) Sceptici

En dan heb je degene die sceptisch zijn voor de theologie die zeggen: als je het zo doet dan geraak je er toch nooit uit.
Atenagoras, de patriarch van Constantinopel ten tijde van het concilie zegde: als je ooit eenheid wilt dan moet je beginnen met al de theologen op één eiland te isoleren en maak dan je eenheid zonder hen.
Hoe complex moeten de theologen het maken als ondertussen het volk van overal aandringt en zegt: ja maar goed u met uw discussies dat raakt ons leven ergens maar eigenlijk ook niet helemaal. Onze gemeenschappen, onze kinderen, onze families die moeten ook vooruit ergens in het leren van het evangelie en leven naar het evangelie. Moeten we wachten op een paasklok die toch nooit komt?

6) De aankoeking

Dan is er de vraag van wat doen we met de aankoeking?

Al zoveel eeuwen zijn al die diverse kerken een sterke eigenheid gaan uitbouwen en dit op verschillende niveaus. Wat doen we daarmee?
Dat is een groot punt. Die "aankoeking" om het maar verder zo te noemen, die aankoeking is zou nauw verbonden met wat men beschouwd als zijn eigen identiteit dat men vaak meer vasthoudt aan die aankoeking dan aan de essentie.
Dat speelt langs alle kanten.
Zo heb je bv de Katholieken en hun zicht op paus en sacramenten en dan heb je de orthodoxen met hun systemen van ambt en beleving van liturgie daar helemaal anders naar gegroeid zijn.
Je hebt de groep van de protestanten die persé andere uitgangspunten op allerlei vlak (theologie, sacramenten, Bijbelexegese, soberheid in kerkgebouw, enz) behouden, al was het maar omdat het duidelijk moet contrasteren met de katholieke Kerk, wel wetende dat het misschien ook anders kan, ..
zie je, dat speelt dus langs alle kanten. Dat is één.

 De wind is een beetje van hoek veranderd, dus daar waar in de jaren 60, 70 de wind eerder zat vanuit de hoek van het gemeenschappelijke is er nu een soort, een beetje een terugkeer naar het cultiveren, behouden, koesteren, liefhebben, van de eigen identiteiten.
En dus als er iets is dat we moeten vermijden is dat iedereen Cola en Macdonalds gaat eten, ook in de Kerk.
Dus de eigen identiteiten worden terug onderstreept.
Dat voel je langs alle kanten dus in al onze tradities die hier zitten voel je het op verschillende manieren. Wat ergens ook niet slecht is.
Omdat die aankoeking deel uitmaakt van een volkse cultuur en van een nationale cultuur en daaraan gekoppeld eigen symbolen en liturgieën,
en dan daar een soort Amerikaanse gemene deler van willen maken is eigenlijk oog geen rijkdom.

Maar je moet wel terug over het essentiële ééns zijn, maar dan is weer de vraag wat is er essentieel?

Onder elkaar komen we al heel dicht, en dat is juist.

Welke wegen kunnen we toch bewandelen om tot  eenheid te komen?

1) Het eerste wat je moet bevorderen in een oecumene zijn je interpersoonlijke relaties anders heb je niets, anders is het puur papier en drukwerk en commissies, mensen die mekaar kennen.

 2) Ik vind ook wat er ter goeder trouw gebeurd is in het licht van het Evangelie, daar moet je zorgzaam mee omgaan. Wat men ook zegt, maar bisschoppen – in de katholieke Kerk dan – hebben een marge van besluitmogelijkheid die hen toelaat ook om bepaalde initiatieven toe te laten. Maar het is niet zo dat dit directorium één en dezelfde weg betekent voor elk land.

 Oecumene is de facto verschillend in Nederland, Duitsland, Argentinië of Italië. Ergens moet je proberen de middenweg te behouden.
En het conform te houden aan het geloof.
Het is al maanden een luik van de discussie dat, zeker in het westen, het moeilijke punt is in een eerste fase  de Kerk, de Kerken geweest.
Nu is het moeilijke punt het geloof zelf geworden.
En dat we dus in zekere zin alles als een winst beschouwen wat mensen al toelaat om hun geloof te verdiepen en in hun geloof samen te komen, laat staan hun kerkelijke binding te verdiepen.  

3) Samen rond de tafel gaan zitten en kijken wat gezamenlijk plaatselijk mogelijk is en dat proberen waar te maken.

Daartoe heeft kardinaal Kasper, samen met onze raad voor de eenheid, een boekje gepubliceerd dat wil aansturen op het verdiepen van de oecumenische spiritualiteit.
of spiritualiteit met een oecumenische dimensie.
De bedoeling is omm de wortels te verdiepen van dat christelijk samenhorigheids-gevoel.
Vanuit katholieke hoek: deelnemen aan het sacramentele.
Vanuit de overtuiging van die diepere realiteit moet eerst nog groeien.
Maar goed, dan moet je ook  maken dat die kan groeien.
En dan moet je ook wat ruimte en wat dynamiek geven. Aan wat aan zoveel andere vormen van aan mekaar toegroeien die nog niet dat sacramentele zijn maar die met de hoop op promoveren. Wij kunnen met dat boekje alleen maar raad geven aan de katholieken. Dat is wel meegelezen door niet-katholieken.

Plaatselijke werkgroepen kunnen dit boekje oppakken en zeggen kijk er staan hier nu 150 concrete voorstelletjes is er zal wel eentje zijn dat voor ons van toepassing is. Dat is de bedoeling van dit boekje.
Maar ja, de problematiek van de sacramenten ligt zeer verschillend, en dat is normaal. Er zijn landen waar Kerken effectief naast mekaar bestaan, zoals in Duitsland, Nederland, Engeland, Amerika.
Maar er zijn ook landen als België waar de problemen zich ook stellen
en niet op dezelfde schaal noch op dezelfde frequenties
en waar de relaties onder Kerken goed zijn.
Daar kunnen dus de eerste zaadjes voor oecumene gezaaid worden en wie weet aanstekelijk werken naar andere landen.
We moeten het een kans geven, al zal het met kleine pasjes gebeuren en over wellicht een lange periode.
Blijven geloven en bidden voor eenheid.

Dat Gods Geest ons mag steunen en laten zien waar het op aan komt.   

 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

3) DE LEVENSBOOM   2000 JAAR CHRISTENDOM MET OECUMENISCHE INBRENG

Klikken op: De Levensboom

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

4)   OECUMENISCHE WERKING IEPER

Klik hier op de powerpoint presentatie

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

5) GEBEDSVIERING VOOR DE EENHEID 22 januari 2017

Op zondag 22 januari 2017 bidden we in oecumenische gezindheid  voor de eenheid onder de christenen. Anglicanen, katholieken, protestanten en orthodoxen komen samen in de Anglicaanse kerk Saint-George Memorial church in de Elverdingsestraat Ieper, om 18.00 uur.

Vader Pius, orthodox priester, zal voorgaan in een gebedsdienst verzorgd volgens de orthodoxe liturgie en opgeluisterd door het orthodox koortje uit Kortrijk.

U bent er allen van harte welkom om er samen een uurtje te bidden en te zingen op weg naar eensgezindheid onder alle christenen, tevens warm aanbevolen door onze paus Franciscus.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------